‘Radeloos als we waren’ van Barış Bıçakçı genomineerd voor de Europese literatuurprijs 2016

Zojuist is bekend geworden dat de roman Radeloos als we waren van de Turkse auteur Barış Bıçakçı is genomineerd voor de Europese literatuurprijs.

Bıçakçı’s roman, in Nederland uitgegeven door uitgeverij Leesmagazijn, staat samen met negentien andere romans uit Europa op de longlist van de Europese Literatuurprijs. De twintig titels zijn door dertien Nederlandse boekhandels geselecteerd als de beste Europese romans die in 2015 in het Nederlands zijn verschenen.

Een vakjury zal uit de longlist een shortlist van vijf boeken kiezen. De shortlist wordt op 8 juni bekend gemaakt tijdens een feestelijke bijeenkomst in Spui25 in Amsterdam.

Radeloos als we waren (Turkse titel: Bizim Büyük Çaresizliğimiz) kwam in Turkije uit in 2004. Het is de lichtvoetige en ontroerende geschiedenis van twee vrienden in Ankara, Ender en Çetin, die een jonge studente als huisgenote krijgen, twee mannen van middelbare leeftijd en hun terloopse worsteling met het leven en het ouder worden. Klik hier voor meer informatie over Radeloos als we waren..

Klik hier voor een fragment uit de roman. Lees verder…

De ondernemende vertaler op de vertaalslag (7 maart 2016, Amsterdam)

Vertalers vertalen. Maar vaak niet alleen dat. Veel vertalers schrijven ook over de literatuur die ze vertalen, spreken erover op avonden, ze dragen ideeën voor boeken en auteurs aan bij uitgevers en tijdschriften. Of brengen hun vertalingen zingend ten gehore.

 

De Vertaalslag – een feestelijke avond over literair vertalen – staat dit jaar in het teken van de ondernemende vertaler.

Met vier sprekers:

Hans Abbing, econoom en beeldend kunstenaar, is gepromoveerd op de economie van de kunsten. Zijn studie Why Are Artists Poor? gaat onder meer over de samenhang tussen subsidieverstrekking en armoede onder kunstenaars. Is ook de ondernemende vertaler gedoemd een financiële krabbelaar te blijven?

Kiki Coumans, vertaalster Frans en redacteur van poëzietijdschrift Awater, gaat in een vraaggesprek met Jasper Henderson in op haar ervaringen met uitgevers en de soms lange adem die nodig is om een project van de grond te krijgen.

Anneke Pijnappel, vertaalster en samen met vormgever Henrik Barends oprichter van onafhankelijke uitgeverij Voetnoot. Ze vertelt over de vaak intensieve samenwerking met de vertalers van hun bijzondere uitgaven.

Jan Rot, zanger, componist en veelgeprezen hertaler van meesterwerken uit de klassieke muziek, van musicals en bekende popsongs. Hij spreekt over durven en doen, artistieke vrijheid en vertalen naar de geest. En begeleidt zichzelf op gitaar.

De Vertaalslag vindt plaats op 7 maart 2016 in De Tolhuistuin in Amsterdam.
Aanvang: 20 uur.

Kaartjes voor de avond zijn te verkrijgen bij de kassa van De Tolhuistuin en hier.

 

Een bozaventer in Istanbul – nieuwe roman van Orhan Pamuk

Eind vorig jaar verscheen na zes jaar een nieuwe roman van Orhan Pamuk, Kafamda Bir Tuhaflık. De titel (in het Nederlands: Dat vreemde in mijn hoofd) is ontleend aan een lang episch gedicht van William Wordsworth: The Prelude; or, Growth of a Poet’s Mind. Wordsworth beschrijft daarin zijn leven en zijn ontwikkeling tot dichter:  ‘strangeness in my mind, / A feeling that I was not for that hour, / Nor for that place.’

Ook Pamuks roman beschrijft een leven. Niet dat van een dichter – tenminste niet van een dichter die zijn poëzie op papier zet. Pamuks roman gaat over een straatventer, Mevlut Karataş, en over ‘de poëzie van de vreemde dingen die door zijn hoofd spelen’ wanneer hij in Taksim en andere oude wijken van Istanbul over straat loopt om yoghurt en de winterdrank boza te verkopen. Daarmee doet Mevlut enigszins denken aan Ka, de dichter die in een van Pamuks eerdere romans, Sneeuw, veelvuldig door de straten van de oostelijke stad Kars loopt terwijl hem af en toe een nieuw gedicht invalt.

Maar terwijl Ka is geboren en getogen in Istanbul en afreist naar een stad in de provincie, maakt Mevlut juist een reis andersom. In 1969, hij is dan twaalf, verhuist hij van het Anatolische dorp waar hij zijn jeugd heeft doorgebracht naar Istanbul in de hoop daar een ander bestaan op te bouwen. Het is een reis die miljoenen mensen in Turkije de afgelopen vijftig jaar hebben gemaakt.

‘Tot nu toe heb ik steeds verteld over de mensen die in Istanbul zijn geboren,’ zei Pamuk in een interview bij het verschijnen van zijn roman. ‘Toen ik geboren werd telde de stad een miljoen inwoners. Nu zijn dat er vijftien miljoen. Ik wilde die veertien miljoen beschrijven.’ Maar Pamuk haast zich te benadrukken dat zijn hoofdpersoon niet gezien moet worden als een inwisselbare representant van al die migranten in Istanbul. Pamuk: ‘In slecht geconstrueerde sociale romans zijn het meestal de middenklassen, de mensen met een goede opleiding en een culturele bagage, de rijken die een individu zijn. De anderen zijn op zijn hoogst een aandoenlijk, kleurig detail. [...] Waar ik het hardst aan heb gewerkt is het tot uitdrukking brengen van de individualiteit van mijn armoedige hoofdpersoon, ik wilde hem kunnen beschrijven als iemand die ook door dat vreemde in zijn hoofd anders is dan alle anderen, ik wilde hem kunnen beschrijven als Hamlet.’

Hier is een fragment uit de roman te lezen (in het Turks; klikken op ‘Tadımlık’).

De Nederlandse vertaling komt begin 2016 uit bij De Bezige Bij, in een vertaling van Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn.

 

Nâzım Hikmet-festival in Amsterdam (29 september – 3 oktober 2015)

Theater Rast in Amsterdam viert haar 15-jarig jubileum met een multidisciplinair festival gewijd aan het werk en het leven van de Turkse dichter Nâzım Hikmet (1902-1963). Het programma omvat onder meer de vertoning van een documentaire, lezingen, een theatrale poëzieperformance en een theaterconcert. Nâzım Hikmets meesterwerk Mensenlandschappen vormt de basis voor een ‘spoken word performance’.

Het festival wordt georganiseerd door Theater Rast & reART Collective i.s.m. Podium Mozaïek, Agora Lettera en Poetry Circle Nowhere. Şaban Ol, Micha Wertheim, Can Dündar, Genco Erkal en Selim Doğru en anderen verlenen hun medewerking aan het programma.

Voor het volledige programma, klik hier.

Kaartjes zijn te verkrijgen vanaf 15 augustus – klik hier.

 

Toen de tractor naar Turkije kwam – Reportage van Yaşar Kemal

Op 28 februari stierf in Istanbul de schrijver Yaşar Kemal (1923-2015). Jarenlang was hij Turkijes kandidaat voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn debuutroman, Kleine Memed, is een van meest en een van de eerst vertaalde Turkse boeken. In veel landen, ook in Nederland, begint de Turkse literatuur met Yaşar Kemal.

Maar behalve fictie schreef Kemal ook journalistieke reportages. Ze verschenen in de periode 1951 – 1963 in het dagblad Cumhuriyet, en maakten indruk door hun levendigheid en sociale betrokkenheid. Voor veel van zijn artikelen bracht Kemal lange tijd door met de mensen waarover hij schreef. Om door te kunnen dringen tot de kern van het verhaal, van de werkelijkheid, moet je met de mensen leven, echt leven, en vergeten dat je slechts als schrijver deel uitmaakt van hun leven, schrijft hij in het voorwoord bij een bundeling van zijn stukken. Daarin verschilt naar zijn mening een reportage van een nieuwsbericht, en daarin komt een reportage overeen met literatuur. Kemal zelf is in de verhalen uitdrukkelijk aanwezig, maar als iemand die voortdurend in gesprek is met zijn omgeving. Zijn reportages staan dan ook vol dialogen – ook in dat opzicht betekenden ze een vernieuwing.

Voor de digitale reader van het tijdschrift 360 Magazine vertaalde ik een van Kemals reportages. Het stuk verscheen oorspronkelijk in februari 1960, en maakte deel uit van een serie over de vele mensen die, om uiteenlopende redenen, hun dorpen op het Anatolische platteland hebben moeten verlaten en in Istanbul een nieuw bestaan proberen op te bouwen. Anderen die in dezelfde omstandigheden verkeerden, kwamen als gastarbeider naar West-Europa.

Het artikel is nu ook hieronder te lezen.

 

Toen de tractor naar Turkije kwam

Waarom zo nodig naar de heuvels bij Eyüp, waar ik heg noch steg ken, terwijl er zoveel andere plaatsen zijn waar ik heen had gekund, Zeytinburnu bijvoorbeeld, of al die heuvels waar migranten uit de rest van het land wonen, de heuvels van zat ik hier maar niet, Çeliktepe, Kartal, de hellingen van Yakacık?

Ze zijn om allerlei verschillende redenen uit hun dorpen weggetrokken. Er komen steeds meer kinderen, er is niet genoeg grond voor iedereen, de koffers worden gepakt. Het heeft dat jaar te weinig geregend, ze hebben niks meer te eten, de koffers worden gepakt. Wil het drie jaar achtereen nauwelijks regenen, dan valt er in zo’n dorp niet te leven.

En dan is er een die wegtrok vanwege de tractor. Het is al een tijd geleden dat de tractor zijn intree in de dorpen heeft gedaan, dat de landheren die een tractor wisten te bemachtigen hun landarbeiders wegstuurden. Ik ben onderweg naar een familie die precies vanwege zo’n tractor zijn grond heeft moeten verlaten. Ik heb hun adres, maar het vinden van hun huis is een tweede. Uit die armenwijken vol provisorisch gebouwde huisjes is geen wijs te worden. Een wirwar van straten. Over hellingen en heuvels uitgespreid. Aan iedereen die ik tegenkom vraag ik waar Mustafa Kulaksız woont.

‘Mustafa Kulaksız. Hij moet hier ergens wonen. Hij komt uit een dorp in de buurt van Diyarbakır.’

‘Mustafa Kulaksız? Die ken ik niet, nooit van gehoord. Bij ons in de wijk komt trouwens niemand uit Diyarbakır. Die wonen ergens anders.’

‘Waar?’

‘Ergens anders.’

Daar sta ik dan.

‘Is er hier misschien iemand die Mustafa Kulaksız kent, heb jij hem wel eens gezien?’

‘Nooit van gehoord. Nee, nooit gezien… Kom je ook uit die streek soms?’

‘Nee.’

‘Waarom moet je hem dan hebben? Heb je werk voor hem?’

‘Nee.’

‘Geen idee.’

Lees verder…

Workshop literair vertalen voor beginners (26 september 2015, Utrecht)

Altijd al eens willen weten hoe een literair vertaler zijn keuzes maakt? En waarin literair vertalen verschilt van bijvoorbeeld juridisch of technisch vertalen?

Voor iedereen met een goede kennis van Turks en Nederlands geef ik samen met mijn collega Mustafa Özen op zaterdag 26 september 2015 een workshop literair vertalen uit het Turks voor beginners.

Deelnemers aan de workshop krijgen enkele weken vóór aanvang ter vertaling een fragment uit een roman of een kort verhaal van een bekende Turkse schrijver thuis gestuurd. Aan de hand van de vertalingen van de deelnemers bespreken we tijdens de dag allerlei aspecten van literair vertalen. Waar moet je bijvoorbeeld opletten bij het vertalen van een dialoog? Zijn de namen van gerechten en kledingstukken echt zo onvertaalbaar als vaak wordt gedacht? Hoe wordt een Nederlandse tekst even soepel als het Turkse origineel?

Voor meer informatie en aanmelding, klik hier. Voor vragen, stuur een emailtje via het contactformulier op deze site, klik hier.

Datum:           26 september 2015, van 9.30 – 17.30 uur
Plaats:            Utrecht-Centrum
Docenten:      Hanneke van der Heijden en Mustafa Özen

Aanmelding kan tot 17 augustus 2015.

 

Net verschenen: roman ‘Radeloos als we waren’ van Barış Bıçakçı

In sommige romans gaat alles met een zekere lichtheid. Er wordt gewandeld over de bevroren vijver van een stadspark, er wordt gerookt, gekletst, er worden letters in de lucht geschreven. En zelfs een tas die als een onheilsbode bij de kapstok neerploft lijkt nauwelijks de grond te raken.

In Radeloos als we waren beschrijft Ender de dagen van hem en Çetin in zo’n lichtheid. Sinds hun middelbare schooltijd zijn ze bevriend, nu zijn ze halverwege hun leven en delen eindelijk een huis. Niet dat alles zo eenvoudig gaat als het lijkt. Ze wonen er nog maar net, of de jonge studente Nihal trekt bij hen in. Daar zitten ze, Ender en Çetin, de een met een buikje, de ander met een kale kop, twee mannen die elkaar innig liefhebben en worstelen met het leven en ouder worden.

Barış Bıçakçı (Adana, 1966) schreef de roman Bizim büyük çaresizliğimiz in 2004. Mijn vertaling, Radeloos als we waren, is net verschenen bij uitgeverij Leesmagazijn. Een bijzondere roman, die zich bovendien nu eens niet in Istanbul maar in Ankara afspeelt.

Klik hier voor een kort fragment uit de roman.

 

Stop de dreigende sluiting van het Nederlands Instituut in Turkije – handtekeningenactie en open brief

Het Nederlands Instituut in Turkije (NIT), opgericht in 1958, wordt met sluiting bedreigd. Voor dagblad Trouw schreef ik een ingezonden hierover, die op 19 juni op de opiniepagina is geplaatst,

Wie ook zijn steun wil betuigen aan het Nederlands Instituut, kan hier een handtekening plaatsen.

‘Het Nederlands hoger onderwijs moet competente rebellen opleiden, grensoverschrijdende denkers en doeners die door creativiteit, lef en ambitie verandering teweeg brengen,’ schreef minister van OCW, Jet Bussemaker, vorige zomer in haar beleidsnotitie. Internationalisering zou daarbij cruciaal zijn. Nederlandse studenten moeten gestimuleerd worden een deel van hun studie buiten Nederland te volgen zodat ze hun blik op hun opleiding, de maatschappij en zichzelf kunnen verruimen.

De blik verruimen, prachtig. Des te spijtiger dat de minister nu bij twee wetenschappelijke instituten in het buitenland precies het tegendeel lijkt te willen bereiken. Het Nederlands Instituut in Turkije (NIT) en haar evenknie in Marokko (NIMAR) worden met opheffing bedreigd.

Bij het instituut in Istanbul, dat ik door mijn eigen werk het beste ken, worden naast het archeologische werk studentencursussen georganiseerd, er zijn stageplaatsen bij interdisciplinair onderzoek, en fellowships voor studenten met een historisch of hedendaags onderwerp. Studenten leren er de stad, de maatschappij en zichzelf kennen.

Daarmee biedt het instituut precies wat minister Bussemaker in haar notitie propageert. Desondanks wordt het kleine personeelsbestand nu al uitgedund. De vele studentencursussen die vorig jaar nog werden georganiseerd zijn noodgedwongen geannuleerd. In december dreigt volledige sluiting.

Voor ‘competente rebellen’ – zoals ze bloedstollend heten – komt door het ministerieel beleid Turkije alleen maar verder weg te liggen. Voor de wetenschappelijke uitwisseling met landen waarmee Nederland al eeuwenlang een band onderhoudt,  is sluiting funest.

Het is verleidelijk te betogen hoe essentieel het juist nu is om mensen te hebben die iets weten van Turks, Arabisch, de islam, Turkije, het Midden-Oosten en de Maghreb. Hoe in Nederland de vakgroepen Turks en Arabisch al zijn gedecimeerd. Hoe belangrijk de instituten dus zijn. Allemaal waar.

Toen ik zelf Turks studeerde ging het zelden over nut en rendement. Studenten Turks kwamen van sterrenkunde of theoretische fysica. Wat ons aantrok was dat we een taal, een land, een wereld betraden waarvan we ons geen voorstelling konden maken. Turks studeren was ook een oefening in het gebruiken van je verbeelding, het omgaan met meerduidigheid, het relativeren van alles wat eigen is.

Je zou hopen dat het precies die zaken zijn die minister Bussemaker voor ogen stonden toen ze haar notitie schreef. Je zou hopen dat Nederlandse universiteiten óók vanwege die zaken weigeren het instituut te laten verdwijnen.

Als op 22 juni, wanneer over de toekomst van het NIT wordt beslist, minister noch universiteiten iets doen, is het meer dan 50-jarige instituut in januari weg.

 

De losse bladen van Fahrettin Örenli: exposities rond een kunstenaarsboek (april-mei 2015, Amsterdam)

In Ik heet Karmozijn beschrijft Orhan Pamuk wat er met de miniaturenalbums in een paleisbibliotheek gebeurt als een sultan zijn macht verliest. De boeken vallen uiteen, de afzonderlijke bladen met tekeningen gaan ieder hun eigen weg, verlaten de planken van wat eens een bibliotheek was, raken in de tassen van rovers, handelaren, ambassadeurs en miniaturisten verspreid over landen en continenten.

Het uitwaaieren van beeldend werk, dat is precies waar beeldend kunstenaar Fahrettin Örenli met zijn boek op uit is. Örenli, die afwisselend in Amsterdam en Istanbul werkt, verzamelde in zijn boek Conspiracy wall > Anartist het beeldend werk dat hij de afgelopen tien jaar maakte, en combineerde dat met zijn gedichten. Het resultaat is een prachtig uitgegeven boek met een grote variatie aan beelden, van landkaarten van oliepijplijnen tot tekeningen van fantasiewezens. Hoewel het in een stevige kartonnen cassette zit, is het niet de bedoeling dat de tekeningen en foto’s in de band blijven zitten. Alle zeefdrukken in het boek zijn voorzien van een perforatierand. Je kunt de bladen uit het boek scheuren, uitdelen of ophangen voor een expositie aan je eigen muren of op publieke wanden.

Er is Örenli veel aan gelegen dat zijn tekeningen, foto’s en gedichten in nieuwe contexten terecht komen, en daarmee zelf een onverwachte context vormen voor weer andere dingen, gebeurtenissen, mensen. Dat is tekenend voor een kunstenaar die voortdurend onderweg is. ‘Neemt iemand die nooit zijn geboorteplaats verlaat de wereld op dezelfde manier waar als iemand die in een totaal andere omgeving opgroeit dan waar hij ooit ter wereld kwam?’ vraagt Örenli zich op zijn website af. Dat is een simpele vraag met grote implicaties, individuele en politieke. Het is ook een vraag die steeds urgenter wordt nu meer en meer mensen noodgedwongen of uit vrije wil op drift zijn, politieke gebeurtenissen een impact hebben op het leven van meer en meer mensen, en het lokale tegelijkertijd aan belang wint.

Op 7 april 2015 wordt het boek van Fahrettin Örenli in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam gepresenteerd. Tijdens de presentatie zal dr. Asghar Seyed-Gohrab (Universiteit Leiden) ingaan op de relatie tussen Perzische poëzie en de gedichten in het werk van Örenli. Lorenzo Benedetti, directeur van De Appel Arts Centre, spreekt met Örenli over de achtergrond van zijn boek.

Aan het eind van de presentatie wordt het boek getransformeerd tot een installatie, die nog tot 12 april in het SMBA te zien zal zijn.

Plaats presentatie en installatie: SMBA, Rozenstraat 59, Amsterdam
Datum: 7 april 2015, 19u30
Voertaal: Engels
Toegang gratis, reserveringen kunnen gemaakt worden via mail@smba.nl

Het boek van Fahrettin Örenli is te bestellen via info@fahrettinorenli.com.
In Istanbul is Conspiracy wall > Anartist te koop bij boekhandel Robinson 389.

Beeldend werk van Fahrettin Örenli is van 21 maart tot 2 mei 2015 ook te zien op zijn expositie in Bradwolff Projects Amsterdam. Zijn boek is daar eveneens verkrijgbaar.

 

Het huis van Ahmet Hamdi Tanpınar

Een van de opvallendste gebouwen aan de İstiklâl Caddesi, de lange winkelstraat in het centrum van Istanbul, is Narmanlı Han. Vergeleken met de meeste andere oude panden in de straat heeft het een zeer lange en opvallend sobere gevel. De winkelstraat verwerkt per dag zo’n miljoen passanten. Maar wie de ruime binnenplaats van het gebouw oploopt waant zich in een dorp. Weg herrie. In de lente staan er zelfs een paar bomen in bloei.

Het pand, dat dateert uit 1831, diende oorspronkelijk als ambassade van Rusland. In de jaren dertig van de vorige eeuw ging het over in particuliere handen. De nieuwe eigenaars verhuurden sommige woningen later als ateliers en ‘vrijgezellenonderkomens’. Ahmet Hamdi Tanpınar was in de jaren vijftig een van de huurders. Hij schreef er zijn beroemde roman Het klokkengelijkzetinstituut. Een bordje aan de gevel herinnert daaraan.

Maar sinds een paar dagen hangt er aan diezelfde gevel nog een bord: ‘Particulier eigendom’. Inmiddels is er ook een stalen poort geïnstalleerd. De binnenplaats op wandelen kan niet meer.

De actiegroep Beyoğlu Kent Savunması (‘Stadsverdediging Beyoğlu’) protesteerde gisteren tegen de maatregelen, waarmee de binnenplaats wordt afgesloten voor het publiek. De groep vreest dat het pand gebruikt wordt voor speculatie. Projectontwikkelaars zien meer brood in hotels en winkelcentra dan in cultuur. De laatste jaren zijn er al veel bioscopen en boekhandels uit de centrumwijk Beyoğlu verdwenen. De etage waar Oğuz Atay ooit Tutunamayanlar (‘Het leven in stukken’) schreef wordt inmiddels verhuurd aan toeristen. Particulier eigendom of niet, Narmanlı Han moet behouden blijven als cultureel erfgoed, vindt de actiegroep.