Prachtige ogen

Giftig van jaloezie en tegelijkertijd vervuld van het gevoel een sukkel te zijn loopt Mümtaz, de hoofdpersoon in de roman Sereen, op een koude, miezerige avond naar Taksim, naar het appartement in het centrum van Istanbul waar zijn geliefde Nuran naar hij wel zeker weet zich zonder hem zit te vermaken. Maar als hij eenmaal in het portiek staat, klaar om aan te bellen, zakt de moed hem in de schoenen en kan hij alleen nog denken aan de funeste uitwerking die het op Nuran zal hebben als hij bij het gezelschap binnen komt stuiven, met een doodongelukkig gezicht en geen ander doel dan haar te vinden. De auteur, Ahmet Hamdi Tanpınar, vervolgt:

‘Langzaam liep hij bij de huisdeur vandaan. Hij liep verder zonder op straat iemand aan te kijken, als om niet te weten wie de verlate gasten waren, haast in een poging niets van de omgeving te zien.

Op een van de onderste verdiepingen ging een radio aan. En van het ene op het andere moment vulde het volksliedje van Mustafa Çavuş de winternacht en de straat: ‘Prachtige ogen, o zo prachtig…’ Mümtaz voelde een steek in zijn hart. Het was een van Nurans lievelingsliedjes.’

Voor wie wil horen hoe het lied klinkt dat Mümtaz door de ziel snijdt: hier is een opname te beluisteren van ‘Şahane gözler’, zoals het lied in het Turks heet. Het wordt vertolkt door Müzeyyen Senar. De ‘diva van de republiek’ stierf vorige week op 97-jarige leeftijd.