Schrijven aan de rand van de periferie – De romans van Mehmed Uzun

Duizenden mensen ging op 12 oktober 2007 de straat op in Diyarbakır, de grootste stad in Zuidoost-Turkije, met een overwegend Koerdische bevolking. De aanleiding: de uitvaart van de Koerdische auteur Mehmed Uzun (1953). Nog nooit, begon collega-auteur Yaşar Kemal zijn begrafenistoespraak, is een letterkundige door zo veel mensen uitgeleide gedaan. Uzun genoot een grote populariteit in zijn geboortestreek, hoewel veel van zijn Koerdische lezers zijn werk liever in het Turks lazen en hoewel ‘de schepper van de Koerdische roman’ al bijna dertig jaar als vluchteling in Stockholm woonde en werkte.

In een artikel over Vargas-Llosa, opgenomen in De andere kleuren, beschrijft Orhan Pamuk de typische positie van de zogenoemde derdewereldauteur, een schrijver in de periferie van de wereldliteratuur, een schrijver als de Peruaan Vargas-Llosa, een schrijver als Pamuk zelf. Deze positie, zegt Pamuk, wordt meer dan door de feitelijke plaats waar de auteur zijn literaire werk schrijft bepaald door de psychische afstand die de auteur voelt ten opzichte van de wereldliteratuur. De maatschappelijke problemen in zijn land van herkomst nopen de auteur tot een keuze over zijn relatie tot kunst en politiek, tot nationalisme en universaliteit. Tegelijkertijd verschaft de keur aan nieuwe, originele onderwerpen waar de derdewereldauteur uit kan putten hem al bijna vanzelf een zekere oorspronkelijkheid. Wat geldt voor Orhan Pamuk, geldt voor Mehmed Uzun in het kwadraat: als auteur uit Turkije bevindt hij zich in de periferie van de wereldliteratuur. Als Koerdische schrijver staat hij bovendien ook in het perifere Turkije in de marge. Terwijl hij als balling in Zweden tegelijkertijd nauw in contact is met het centrum van de wereldliteratuur. Het is zijn verhouding tot deze drie respectieve literaire gemeenschappen, de Koerdische, de Turkse en ‘de wereld’, die Uzuns schrijverschap heeft gekleurd. Dat komt het duidelijkst tot uiting in de taal die hij koos voor zijn romans, en in zijn literatuuropvatting.

Lees verder…

De konijnen van Orhan Pamuk – Fictie en kritiek in Turkije

Beschaafd gejuich – zo laten de reacties in de Nederlandse pers zich het best omschrijven toen in 1998 de vertaling verscheen van Orhan Pamuks vierde roman, Het zwarte boek. Recensenten spraken over een weergaloos boek van een groot schrijver en prezen het als een roman vol spiegelspel en ironie. De literaire wereld in Turkije reageerde met heel wat meer tumult toen daar in 1990 het origineel, Kara kitap, uitkwam. Terwijl de roman druk na druk beleefde, verschenen er felle polemieken en vlogen recensenten elkaar in de haren. De stroom aan publicaties over de roman was zo groot dat er in 1992 zelfs een bloemlezing met artikelen over Pamuks roman verscheen. ‘Er zijn in onze literatuur maar heel weinig romans te vinden waarvan zo veel exemplaren zijn verkocht, die zo veel zijn gelezen, en waarover zo veel is gediscussieerd,’ wordt in het voorwoord van die bundel geconstateerd.

Lees verder…

Smaakverschil en beeldvorming – Hobbels bij de selectie van Turkse teksten voor vertaling in het Nederlands

Turks, dat is lange tijd geen taal geweest die veel Nederlanders associeerden met wereldliteratuur, of zelfs maar met boeken. Terwijl talen als het Russisch, Frans of Spaans onmiddellijk literair werk in gedachten riepen, was het voor veel Nederlandse lezers allesbehalve een open deur dat ook in het Turks poezie en romans geschreven konden worden, sterker nog, dat dat al lang gebeurde. Turks drukwerk werd eerder in verband gebracht met de kranten die de clientèle van theehuizen doorbladerde, een half oog gericht op het televisiescherm, en waar de schreeuwerige kleurenfoto’s het ruimschoots wonnen van de tekst. Daarmee zijn twee struikelblokken aangegeven waarmee een vertaler die zelf een tekst voor vertaling bij een uitgever wilde aandragen tot voor kort werd geconfronteerd: aan Turkse literatuur kleefde het stof van de arbeidsmigratie en verder was het terrein zo goed als onbekend.

Lees verder…