Nâzım Hikmet-festival in Amsterdam (29 september – 3 oktober 2015)

Theater Rast in Amsterdam viert haar 15-jarig jubileum met een multidisciplinair festival gewijd aan het werk en het leven van de Turkse dichter Nâzım Hikmet (1902-1963). Het programma omvat onder meer de vertoning van een documentaire, lezingen, een theatrale poëzieperformance en een theaterconcert. Nâzım Hikmets meesterwerk Mensenlandschappen vormt de basis voor een ‘spoken word performance’.

Het festival wordt georganiseerd door Theater Rast & reART Collective i.s.m. Podium Mozaïek, Agora Lettera en Poetry Circle Nowhere. Şaban Ol, Micha Wertheim, Can Dündar, Genco Erkal, Selim Doğru en anderen verlenen hun medewerking aan het programma.

Voor het volledige programma, klik hier.

Kaartjes zijn te verkrijgen vanaf 15 augustus – klik hier.

 

Nâzım Hikmet-festival in Amsterdam (29 september – 3 oktober 2015)

Theater Rast in Amsterdam viert haar 15-jarig jubileum met een multidisciplinair festival gewijd aan het werk en het leven van de Turkse dichter Nâzım Hikmet (1902-1963). Het programma omvat onder meer de vertoning van een documentaire, lezingen, een theatrale poëzieperformance en een theaterconcert. Nâzım Hikmets meesterwerk Mensenlandschappen vormt de basis voor een ‘spoken word performance’.

Het festival wordt georganiseerd door Theater Rast & reART Collective i.s.m. Podium Mozaïek, Agora Lettera en Poetry Circle Nowhere. Şaban Ol, Micha Wertheim, Can Dündar, Genco Erkal en Selim Doğru en anderen verlenen hun medewerking aan het programma.

Voor het volledige programma, klik hier.

Kaartjes zijn te verkrijgen vanaf 15 augustus – klik hier.

 

‘Mensenlandschappen’ van Nâzım Hikmet in Nijmegen (26 oktober 2014)

Op zondag 26 oktober vindt van 14 tot 16.30 uur in wijkcentrum Hatert (Nijmegen) een literaire plaats rond Mensenlandschappen van Nâzım Hikmet (1902-1963) – het bekendste werk van een van Turkijes bekendste dichters. De middag wordt georganiseerd door de Democratische Volksvereniging (DHD) Nijmegen m.m.v. voordrachtsgroep Poëzie Hardop uit Arnhem.

Tijdens de middag wordt een portret geschilderd van Nâzım Hikmet. Poëzie Hardop draagt fragmenten voor uit de tekst, zowel in het Turks als in het Nederlands. Ruud Keurentjes, die samen met Wim van den Munkhof en Els Hansen Nâzım Hikmets epos in het Nederlands vertaalde, vertelt over de poëtische kracht van dit lange epische gedicht (de vertaling telt zo’n vijfhonderdvijftig pagina’s), en gaat in op de betekenis die de tekst ook nu nog heeft. Het geheel wordt omlijst door videobeelden en live muziek.

In Memleketimden insan manzaraları / Mensenlandschappen schetst Nâzım Hikmet een beeld van zijn land in de periode 1908-1945, een tijd van grote oorlogen en enorme maatschappelijke veranderingen. Hikmet begon eind jaren dertig in de gevangenis van Bursa met de eerste teksten voor het epos. Het groeide uit tot een omvangrijk dichtwerk. Op de voorgrond staan portretten van Hikmets landgenoten, hun grote en kleine verhalen, die door het beeldende taalgebruik een onuitwisbare indruk maken.

‘Een liefdevolle vertaling,’ oordeelde NRC Handelsblad over de Nederlandse editie, ‘een vertaling die leunt tegen het origineel – maar dat nooit ten koste van vloeiend Nederlands – en waarin het ritme bewaard is gebleven.’

Voor een interview met Ruud Keurentjes, een van de vertalers van Mensenlandschappen, klik hier.

Datum: zondag 26 oktober, 14-16.30 uur. Zaal open vanaf 13.30 uur.
Plaats: Wijkcentrum Hatert, Couwenbergstraat 22, 6535 RZ  Nijmegen
Entree: € 5

 

Genres in Turkije (1) – Fictie of: hoe belangrijk is de roman eigenlijk?

Wie de lijst bekijkt van Turkse literatuur die in het Nederlands is vertaald, ziet vooral romans. Maar ga je naar de jaarlijkse boekenbeurs in Istanbul, dan moet je in het overvolle programma met lezingen, interviews en panels hard zoeken naar de naam van een romanschrijver. Hoe belangrijk zijn romans eigenlijk in Turkije?

Drie romans publiceerde de schrijver Mahir Öztaş (1951) in de loop van zijn carrière. Ze kwamen uit bij een gerenommeerde uitgeverij in Istanbul. Maar toen hij in 1973 debuteerde, was dat niet met een roman, of een kort verhaal, maar met een gedicht. ‘In de jaren zeventig begon eigenlijk iedereen met poëzie. Er kwamen weinig romans uit in die tijd. Bestsellers zoals je die nu hebt, had je toen al helemaal nauwelijks,’ zegt hij in een café in het centrum van Istanbul waar we elkaar treffen. Öztaş, van huis uit architect, leest veel en praat graag over literaire vorm. Na een dichtbundel en tussen zijn romans door zou hij ook drie bundels met korte verhalen publiceren.

Ander voorbeeld. Sait Faik Abasıyanık, Nâzım Hikmet en Ahmet Hamdi Tanpınar, alle drie geboren in de eerste jaren van de twintigste eeuw, worden unaniem tot de grondleggers van de moderne Turkse literatuur gerekend. Maar geen van drieën had veel op met het romangenre. Sait Faik Abasıyanık legde zich toe op korte verhalen. Zijn tijdgenoot Nâzım Hikmet groeide uit tot een van de belangrijkste dichters in het land. De enkele romans die ze ook schreven bleven in de schaduw van hun andere werk. Tanpınar ontleent zijn roem wél aan zijn romans, met name aan Sereen en Het klokkengelijkzetinstituut, al kwam die laatste roman pas na zijn dood in boekvorm uit. Maar zelf was Tanpınar veel liever de geschiedenis in gegaan met zijn gedichten.

Nog een voorbeeld. Van Refik Halid Karay, een auteur die bekend staat als een van de grootste stilisten, worden nu vooral de korte verhalen en romans gelezen. Van de vracht aan artikelen die hij voor kranten en tijdschriften schreef, wist niemand nog het bestaan – zelfs zijn familie was ze totaal vergeten – tot enkele maanden geleden de letterkundige Tuncay Birkan na enkele jaren archiefwerk twee bundels met terug gevonden teksten uitbracht. Ze vormen het begin van een lange reeks: Birkan heeft achttien delen aangekondigd.

Dat literatuur uit een ander land over andere onderwerpen kan gaan, daarmee houden de meeste lezers wel rekening. Het gaat tenslotte om een andere cultuur, een andere geschiedenis. Maar dat er in een andere literatuur misschien ook andere genres worden beoefend, of dat er met dezelfde genres anders wordt omgegaan, wordt vaak vergeten. Toch was de roman in Turkije aanvankelijk minder belangrijk als we in de eenentwintigste eeuw aan de Noordzee geneigd zijn te denken.

 

De Osmaanse traditie
Dat de Turkse roman enige tijd nodig had om uit te groeien tot een populair fictiegenre heeft ongetwijfeld te maken met zijn relatief late entree op wat toen nog Osmaanse bodem heette (het kernland kreeg pas met de stichting van de republiek in 1923 de naam Turkije). Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw, zo’n drie eeuwen later dan in West-Europa, verschenen de eerste romans in Istanbul. Dat waren aanvankelijk vooral vertalingen van populaire Franse titels. In de hoop een oplossing te vinden voor de politieke, militaire en economische verliezen hadden de Osmanen vanaf de achttiende eeuw hun blik namelijk steeds meer op West-Europa gericht. De vele Osmaanse intellectuelen die aan het eind van de negentiende eeuw kortere of langere tijd in Frankrijk verbleven, brachten een stroom aan Osmaanse vertalingen van dat onbekende genre op gang. Daarmee kreeg het Westen ook een grote culturele invloed.

Maar Osmaanse auteurs beperkten zich niet onmiddellijk tot dat nieuwe genre. Er waren wel meer genres te beoefenen. Poëzie bijvoorbeeld, die in tegenstelling tot de roman kon bogen op een eeuwenlange traditie. Aan de traditionele onderverdeling van de divan-poëzie van de elite, de mystieke tekke-poëzie en de volkspoëzie, zouden in de negentiende en twintigste eeuw heel nieuwe vormen worden toegevoegd. Poëzie leefde, en dat doet het nog steeds. Anders dan in Nederland of Vlaanderen is in Turkije poëzie populair onder jongeren. Ze schrijven zelf poëzie, of dromen daarvan. Verzen van Nâzım Hikmet sierden spandoeken tijdens de Gezi-protesten vorige zomer. Maar ook politici die hun toespraken met literatuur willen larderen, kiezen voor een dichtregel, niet voor een citaat uit een roman.

Het korte verhaal arriveerde tegelijkertijd met de roman in de Turkstalige literatuur, eveneens onder Franse invloed. Lange tijd was het verhaal veel populairder dan de roman. Veel verhalenschrijvers probeerden af en toe ook een roman uit (die tot in de jaren vijftig overigens vaak eerst als krantenfeuilleton werden gepubliceerd). Voor sommigen, zoals Sait Faik Abasıyanık, bleef het bij een enkel experiment. Anderen, Tanpınar bijvoorbeeld, werden wel gegrepen door de mogelijkheden van het nieuwe genre en schreven meerdere romans. Maar ook hij bleef zijn leven lang daarbij een hartstochtelijk schrijver van gedichten, essays, studies, brieven en dagboeken. Een romanschrijver schreef niet alleen romans. Mahir Öztaş staat met zijn poëzie, korte verhalen, romans en losse teksten voor verzamelbundels wat dat betreft in een traditie.

 

De schrijver als politiek commentator
Door zijn late entree in de Osmaanse literatuur bekleedde de roman met andere woorden lange tijd een bescheiden plaats binnen het hele scala aan genres. Maar dat niet alleen. De maatschappelijke context gaf de roman ook een aantal bijzondere kenmerken. In de eerste plaats was dat de nadruk op een maatschappelijk geëngageerde inhoud, veel meer dan op allerlei vormexperimenten. De eerste Osmaanse romanschrijvers en vertalers vormden de voorhoede in de politieke strijd die in de nadagen van het Osmaanse Rijk woedde. Het genre was dan ook vanaf het begin sterk gekoppeld aan de politieke debatten in het land. Dat is, niet verwonderlijk, het duidelijkst te zien in de thema’s die gekozen werden. De passie voor auto’s bijvoorbeeld, een bekende roman uit 1898, die vol staat met Franse leenwoorden, gaat over de soms absurde vormen die de liefde voor West-Europa aannam. Maar ook toen de republiek een feit was en de maatschappelijke hervormingen soms tegenvielen, het leven op het verwaarloosde platteland onverminderd hard bleef, de meningen over de relatie tot West-Europa verschilden, werd dat in romans aan de orde gesteld.

Behalve in de inhoud (en in het taalgebruik, want ook de taal was inzet van de politieke strijd) wordt de politieke lading van de roman ook op een abstracter niveau weerspiegeld. Mahir Öztaş: ‘In Frankrijk kun je stelen en tegelijkertijd gevierd zijn als schrijver. In Turkije is het haast ondenkbaar dat een dief, een crimineel, ook een gewaardeerd auteur is. Wat dat betreft lijkt de Turkse houding meer op de Russische. Het morele gedrag van de auteur is bijna belangrijker dan zijn tekst.’ Je ziet het duidelijk terug in de waardering van Orhan Pamuks romans: er zijn veel, heel veel lezers die trots beweren slechts enkele pagina’s van de Nobelprijswinnaar te hebben gelezen, maar desondanks niets van zijn werk willen weten – ze vinden dat Pamuk te commercieel is bijvoorbeeld, dat hij Turkijes vuile was buiten hangt of het Westen te veel naar de mond praat.

Het grote belang van de houding van de auteur is net als de nadruk op de inhoud van de roman te zien als een uitvloeisel van de manier waarop het genre zijn intree maakte. Met dat maatschappelijke engagement hoeft het niet te verbazen dat veel auteurs niet enkel fictie schreven. De maatschappelijke beroeringen van een rijk dat verkruimelde en een republiek die in oprichting was, een land dat in het brandpunt stond van andere naties en verscheurd dreigde te worden door interne tegenstellingen, boden stof genoeg. Lezers hadden in zulke onoverzichtelijke tijden behoefte aan een gids. En auteurs, gewend aan hun rol in de politieke voorhoede, hielden van een rol als uitlegger en commentator.

Refik Halid Karay (1888-1965) was zo iemand. Voor kranten en tijdschriften schreef hij honderden artikelen, deels vanuit Aleppo, waarnaar hij vanwege zijn politieke opvattingen moest uitwijken, deels vanuit Turkije toen hem (en een groot aantal andere auteurs) in 1938 amnestie werd verleend. Zoals veel van zijn collega’s becommentarieerde Karay een grote variatie aan onderwerpen, van het dagelijks leven tot de politiek, en vaak natuurlijk de politiek in de vorm van een dagelijks detail. ‘Voor alles hebben columnisten belangstelling, naar alles zijn ze nieuwsgierig, en over alles willen ze bekvechten,’ schrijft Orhan Pamuk in een artikel dat hij in 1997 over dit genre schreef: ‘Omdat ze de sympathie en het vertrouwen genieten van de lezers, kunnen ze het de ene dag over de liefde hebben, om de volgende dag Clinton of de paus van advies te dienen, kunnen ze met hetzelfde gemak over een corrupte burgemeester schrijven als over de fouten van Freud, en dat maakt hen tot een soort “professor in van alles”. Een populaire professor: ‘Zo’n tien, vijftien jaar geleden [dat wil zeggen, halverwege de jaren tachtig], voordat de televisie een verandering teweegbracht in de gewoonte om de krant te lezen, was het schrijven van columns in de ogen van de lezer het hoogste wat je als auteur kon bereiken.’ (opgenomen in De andere kleuren)

In de roman en het korte verhaal zette de politieke oriëntatie zich in grote lijnen voort tot 1980, al zijn er altijd ook auteurs en stromingen geweest die zich daartegen afzetten (maar daarmee de dominantie van die verwachting impliciet erkenden). De staatsgreep van 12 september 1980 maakte korte metten met iedere politieke activiteit, vooral aan de linkse kant van het politieke spectrum. Daarmee werd ook het culturele leven monddood gemaakt: uitgeverijen en boekhandels werden gesloten, schrijvers werden opgepakt. De repressie en terreur zorgden voor een langdurige depolitisering van het maatschappelijke en culturele leven. Die depolitisering werd nog in de hand gewerkt door internationale ontwikkelingen die zich niet lang na de coup aftekenden: met de val van de Berlijnse Muur brokkelde ook de invloed van de traditionele politieke ideologieën af. In de literatuur won het postmodernisme aan invloed. De Turkse roman is wat dat betreft misschien meer op de moderne Nederlandse gaan lijken.

 

Dit is het (licht aangepaste) eerste deel uit het artikel ‘Verne, verzen en een spandoek. Turkse literaire traditie en moderniteit’. Verschenen in De leeswolf, jrg. 20, nr. 3 (juni 2014).

Voor deel 2 (over non-fictie) klik hier. Voor deel 3 (over genres in vertalingen uit het Turks) klik hier.

 

 

‘Verhalen uit Istanbul’ – Het oog van Sait Faik Abasıyanık

Bij de verschijning van Verhalen uit Istanbul, een verzameling van 35 korte verhalen geschreven door een van Turkijes belangrijkste auteurs: Sait Faik Abasıyanık.

Hoe vaak zouden de woorden ‘kijken’, ‘zien’, ‘gadeslaan’ in de verhalen van Sait Faik Abasıyanık voorkomen? Dat vraagt Leylâ Erbil zich af in een essay over het werk van Turkijes beroemdste schrijver van korte verhalen. Zo’n honderdtachtig verhalen liet Sait Faik na toen hij in 1954 stierf, 48 jaar oud. Bijna al die verhalen gaan over Istanbul en de Prinseneilanden. En in bijna al die verhalen wordt gekeken, veel gekeken. Je kunt je afvragen of literatuur mogelijk is zonder te kijken. Waarschijnlijk niet. Maar niet iedere schrijver kijkt naar hetzelfde, ziet dezelfde dingen.

Waar kijkt Sait Faik naar? Niet naar gebouwen, niet naar al die monumenten waar je in Istanbul over struikelt, niet naar de geschiedenis. Sait Faik – zoals hij in Turkije bekend staat – kijkt naar mensen: de mensen die net als hij in Istanbul leven, net als hij in de jaren dertig, veertig, vijftig van de twintigste eeuw. Een roerige tijd, in Turkije en daarbuiten. Maar hoezeer de politieke gebeurtenissen het leven ook kleuren, Sait Faik kijkt niet naar de politici, de economen, de figuren die het voor het zeggen hebben en daarmee ieders blik vangen. Zijn blik zuigt zich juist vast aan de mensen van wie wordt weggekeken.

In een van de verhalen die over de Engelse auteur Bruce Chatwin de ronde doen steekt de schrijver diagonaal een groot plein over, zijn hand voor zich uitgestrekt, voor niets anders oog dan voor iets heel bijzonders dat in zijn handpalm ligt uitgestald: een truffel. Aan die anekdote moest ik vaak denken toen ik Verhalen uit Istanbul vertaalde. Precies zo’n blik heeft Sait Faik, al richt die zich niet op truffels, en ook niet op mensen die truffels eten. Sait Faik kijkt naar een kreeftenvisser die zelf nooit een kreeft heeft geproefd, naar een vrouw die te arm is om haar man te begraven, naar een straatjongen die een liedje zingt voor zijn hond, naar de lelijkste vis van de zee. Naar iedereen die er niet bij hoort, er niet bij wil horen.

Daarbij slaat Sait Faik die mensen, dieren en hun levens niet gade als een afstandelijke reporter, en zijn blik is evenmin meewarig of cynisch. Dat spreekt niet vanzelf: hij was afkomstig uit een gegoede familie. Zijn vader deed zijn best hem het handelsleven in te krijgen, maar zonder succes. Sait Faik koos voor het schrijven. En hij koos partij, maar niet voor de kant waar hij door zijn afkomst toe behoorde.

Er waren meer schrijvers die dat deden, ook in Sait Faiks tijd. Nâzım Hikmet bijvoorbeeld schreef Mensenlandschappen, een soort ‘encyclopedie van beroemdheden’, portretten van ‘arbeiders, boeren en handwerkslieden wier roem nooit doordrong tot buiten de fabrieken, werkplaatsen, dorpen en arbeidersbuurten’. Yaşar Kemal schreef reportages over mensen die uit armoede in grotten wonen of geen andere middelen van bestaan hebben dan smokkel. Maar anders dan zijn tijdgenoten kijkt Sait Faik niet alleen naar de mensen over wie hij schrijft, maar ook naar zijn eigen blik.

Dat onderzoek van zijn eigen blik doet hij bijvoorbeeld in Vier plusjes – wat mij betreft een van de mooiste verhalen uit de bundel. Het verhaal begint met de vraag hoe we op straat bepalen aan wie we de weg vragen: ‘Waarom kiest men al uit die jongeren net ons?’ Het verhaal gaat ook over een fysionomist, over een boot die gemist had moeten worden, over een man met een papiertje met laboratoriumuitslagen en over de reden waarom de verteller zijn schoenen laat poetsen als hem onderweg naar zijn geliefde om een vuurtje wordt gevraagd. Sait Faik houdt net als Bruce Chatwin van details en ongewone, springerige verbanden. Dat maakt zijn verhalen speels, hoe onrechtvaardig de wereld die hij beschrijft vaak ook is.

Het oog van Sait Faik is verbonden met zijn hart, zegt Leylâ Erbil, zelf schrijfster, in haar stuk. ‘Sommige mensen hebben niet alleen een mooi gezicht, mooie ogen, wenkbrauwen, wimpers, schouders en voeten, maar ook een mooie maag, een mooi hart, een mooi middenrif en strottenhoofd,’ schrijft Sait Faik al in 1934, in een van zijn vroegste verhalen. Een schrijver die kijkt met zijn hart, ziet niet alleen de buitenkant, maar ook wat daarachter schuilgaat, van organen tot drijfveren.

Kijken met je hart. Dat klinkt misschien zoetsappig. Of gemakkelijk. Tot je bedenkt hoe vaak er gekeken wordt zonder dat er maar het dunste draadje tussen oog en hart loopt. Kijken met je hart is ook een politieke daad. Het is het allereerste waarmee democratie begint, al wordt dat vaak vergeten.

 

Sait Faik Abasıyanık, Verhalen uit Istanbul. Amsterdam: Podium, 2014. Vertaald uit het Turks door Hanneke van der Heijden. Met een nawoord door Murat Isik.

Binnenkort op deze site en op die van boekhandel Athenaeum in Amsterdam meer over het vertalen van de korte verhalen van Sait Faik Abasıyanık.

 

‘We zaten te zwijmelen boven de Turkse tekst’ – Ruud Keurentjes over de vertaling van Nâzım Hikmets magnum opus ‘Mensenlandschappen’

Interview door Hanneke van der Heijden

 

In 1994, enkele jaren voordat ik als literair vertaler begon, leerde ik Wim van den Munkhof kennen. In een ijzige winter, in Ankara. We gaven er beiden les aan de vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde. En we waren beiden turkoloog. We raakten bevriend en spraken elkaar dan ook vaak en lang. Maar langs wat voor uithoeken die gesprekken ook liepen – Wim hield van details, en van details in details –, uiteindelijk kwamen we vaak bij hetzelfde onderwerp uit: Nâzım Hikmet. ’s Avonds, na de colleges, werkte Wim aan de vertaling van een van de belangrijkste boeken van de dichter: Mensenlandschappen. Hij was al acht jaar met de vertaling bezig, samen met twee collega’s in Nederland, Els Hansen en Ruud Keurentjes. Dat het om een grote en moeilijke onderneming ging, was wel duidelijk. Het magnum epos van een de belangrijkste moderne dichters van Turkije vertaal je niet in een vloek en een zucht. Maar de omvang van het werk drong pas echt tot me door toen ik in 1995 het boek las, dat toen net bij De Geus was uitgekomen, zo’n vijfhonderdvijftig pagina’s in vrij vers. Hoe vertaal je zo’n boek, en hoe vertaal je dat met z’n drieën?

Die vragen kwamen weer boven nu in Turkije allerlei herdenkingsactiviteiten plaatsvinden: dit jaar is het vijftig jaar geleden dat Nâzım Hikmet stierf. Op verschillende plaatsen in het land eren Turkse lezers de dichter met lezingen, standbeelden, theaterbewerkingen van zijn teksten.

Wim van den Munkhof kan ik niet meer vragen hoe Mensenlandschappen tot stand kwam, hij stierf in 2005. Twee jaar daarvoor was Els Hansen gestorven. Hun collega, Ruud Keurentjes, is graag bereid om te vertellen over het boek en de gezamenlijke vertaling. In het café waar ik met hem afspreek verschijnt hij met een tas vol mappen. Werkvertalingen, aantekeningen, oude lijsten met probleempunten – ook zeventien jaar na de uitgave van Mensenlandschappen is alles nog steeds tot in detail geclassificeerd. Bedachtzaam, geregeld twee synoniemen tegen elkaar afwegend, vertelt Ruud hoe ze gedrieën van 1986 tot 1995 aan hun vertaling werkten.

 

‘Het was een hele klus, vanwege de vorm van de tekst, vanwege de verwijzingen, en ook vanwege het volume. We hadden de tekst in stukken verdeeld en werkten in cycli van drie weken. Ieder vertaalde een stuk en stuurde dat per post naar de anderen. We woonden in verschillende steden en email was er nog niet. De twee anderen leverden schriftelijk commentaar. Dan hadden we een week waarin we commentaar op het commentaar gaven. Dat werd verwerkt tot een nieuwe versie van de vertaling. En in de derde week hadden we steeds een gezamenlijke bijeenkomst waarin we die herziene versies bespraken. We zagen elkaar dan een heel weekend lang, twee dagen van zo’n acht, negen uur bespreking per dag. Ieder alternatief werd serieus genomen. We proefden de varianten, woorden, ritmes, klanken. Regel voor regel, zes of zeven pagina’s per weekend. Dat leidde niet per se tot verhitte discussies. Een vriend die eens tijdens een bespreking aanwezig was zei achteraf dat we zoveel zwegen. We dachten nou eenmaal veel na.’

‘Na afloop van een bespreekweekend resteerden er meestal nog zo’n twee problemen per pagina. Een deel daarvan  speelden we door aan een Turkse vriend in Nederland, die navraag deed bij kennissen in Turkije. Woordenboeken Turks – Nederlands waren er niet. En de tekst zit vol historische en culturele verwijzingen.’

 

Beginrijm

‘Mensenlandschappen bestaat uit vijf delen, gemiddeld ruim honderd bladzijdes per deel.  Wanneer we de vertaling van een zo’n deel pagina voor pagina besproken hadden, namen we dat deel van begin tot eind nogmaals door. Daarbij letten we vooral op leesbaarheid en ritme. Toen we het vijfde deel af hadden, hebben we de tekst van het hele boek opnieuw herzien. In de loop van de jaren waren we natuurlijk ervarener geworden. Vooral in het eerste deel hebben we toen nog veel veranderd. We bespraken de woordkeus, de woordvolgorde en het ritme van de verzen. In de Turkse tekst rijmen de verzen maar dat was in het Nederlands nauwelijks vol te houden.  We hebben dat geprobeerd te compenseren met allerlei andere vormen van rijm, bijvoorbeeld beginrijm zoals in dit fragment [dat op dit scherm helaas niet in de oorspronkelijke bladspiegel te zien is - hvdh]:

Halil keek naar de zon:
Daar stond ze
hoog aan de hemel, ver weg
helder en rood
maar vergeleken met Zeyneps besmeurde, blote voeten
kleintjes en bangetjes.

‘Om het beginrijm te benadrukken hebben we soms de woorden ook anders over de regels verdeeld. Maar de bijzondere trappenstructuur waarin de regels op de pagina’s zijn afgedrukt hebben we natuurlijk wel behouden. De afbreking van een regel is in het origineel niet willekeurig maar functioneel, die heeft te maken met de focus en het ritme. Soms ook versterkt de vorm de inhoud, zoals in het begin van het boek, wanneer de gedachten worden weergegeven van Galip Usta, die op de trappen van het station staat. De hele reeks aan “vreemde” gedachten uit zijn jeugd vormen zelf ook een trap, maar zijn steeds eendere uitingen van zijn angst voor werkloosheid, jaar in jaar uit in dezelfde woorden, staan loodrecht onder elkaar.’

‘Een probleem was wel dat de uitgever ons van tevoren niet kon zeggen hoe lang een regel maximaal mocht zijn wilde die nog op de bladzijde passen. Bij het vertalen probeerden we de regels niet al te lang te maken, maar dat was gokken. Toen de drukproeven arriveerden bleek dat sommige regels toch te lang waren voor de breedte van het blad. We hebben toen nog wel een aantal sessies nodig gehad om die regels opnieuw te vertalen.’

 

Geen generaals, sultans en schoonheidskoninginnen

‘Maar het moeilijkste was om de vertaling een beetje lopend maken, om te zorgen dat het Nederlands voor een Nederlander natuurlijk klonk. Nâzım Hikmet gebruikt in Mensenlandschappen allerlei registers. Je zou het kunnen vergelijken met Het leven in stukken van Oğuz Atay. De tekst bevat lyrische poëzie, volkspoëzie, krantenberichten, veel dialogen natuurlijk. Sommige stukken doen denken aan een filmscenario. Die combinatie van genres was een van de vernieuwingen die Nâzım Hikmet doorvoerde. Hij probeerde daarmee een nieuw genre te creëren. Zelf noemde hij zijn werk overigens een roman. Bovendien gebruikte hij vrij vers in plaats van de traditionele versmaten. Ook inhoudelijk is zijn werk vernieuwend doordat hij het over gewone mensen heeft, niet alleen in de stad maar ook in de dorpen. Die mensen worden van heel dichtbij beschreven. Ik herinner me een roman van een andere auteur uit diezelfde periode, Yakup Kadri Karaosmanoğlu: Yaban (‘Vreemd’). Daarin worden dorpsbewoners juist met veel distantie beschreven, als een vreemd soort mensen. Nâzım Hikmet had oorspronkelijk het plan een Encyclopedie van beroemdheden te schrijven. Zelf zei hij daarover: “De helden van mijn Encyclopedie waren geen generaals, sultans, gerenommeerde geleerden, kunstenaars of schoonheidskoninginnen, moordenaars noch miljardairs, maar arbeiders, boeren en handwerkslieden wier roem nooit doordrong tot buiten de fabrieken, werkplaatsen, dorpen en arbeidersbuurten.” Mensenlandschappen zit dan ook vol met beschrijvingen van allerlei gewone mensen, maar die maken heel natuurlijk deel uit van het verhaal. Met dat groots opgezette werk probeert Hikmet de moderne Turkse geschiedenis te beschrijven, de periode van 1908 tot 1945. Dat was een tijd van grote oorlogen en enorme maatschappelijke veranderingen. In Turkije maakte Hikmets boek grote indruk, ook bij zijn politieke tegenstanders. Zelfs hen hoor je wel zeggen dat je de Turkse geschiedenis niet begrijpt als je Mensenlandschappen niet gelezen hebt.’

‘Wij hebben erg van het boek genoten. Onder het vertalen zaten we te zwijmelen boven de Turkse tekst. Als vertaler zit je zo dicht op de tekst dat je allerlei dingen opvallen die de schrijver gepresteerd heeft en die je als gewone lezer ontgaan. Deel één bijvoorbeeld speelt zich in de trein af, een groep mensen is op weg naar de gevangenis. Deel twee idem. Deel drie is in de gevangenis gesitueerd. Hoe hij die overgang naar de gevangenis maakt in een passage over Nigâr en Mustafa, ‘op de vlucht uit haar mans dorp / met haar vrijer. [...] In Nigârs armen haar zes maanden oude baby. [...] Het wurm van haar man.’ Het eindigt [ook hier helaas niet met de goede bladspiegel - hvdh]:

In de glazen knoop
viel een heel klein
populiertje om
Uit Nigârs armen viel de baby in de put.
Wat moet dat moet, ieder zijn weg.
Moge het kleintje rustig slapen…

Niet enkel de baby kreeg rust.
Rust kregen ook
Mustafa en Nigâr
in de gevangenis.

Dat is prachtig om te lezen, heel mooie poëzie. Erg aangrijpend ook.’

 

Omslag

‘Nâzım Hikmet zat zelf in de gevangenis toen hij eind jaren dertig de eerste bladzijdes voor Mensenlandschappen schreef. Hij heeft het nooit helemaal afgemaakt. Sommige fragmenten raakten bovendien verloren. In 1951 is hij via Roemenië naar de Sovjet-Unie gevlucht. Dat kostte hem zijn staatsburgerschap, pas in 2009 heeft hij het postuum weer teruggekregen. In Turkije bleef zijn werk lang omstreden. Mensenlandschappen werd pas in 1966 gepubliceerd, drie jaar nadat hij als balling in Moskou gestorven was.’

‘Dat zijn teksten niet iedereen welgevallig waren, zie je terug in de editiegeschiedenis van de Turkse tekst. Wij hadden de keus uit drie verschillende uitgaven. Er was een editie van uitgeverij Bilgi, maar die was niet erg precies. Dan was er een editie van uitgeverij Cem uit 1978. In die tekst kom je vrij vaak drie puntjes tegen, ‘…’, deels ook vanwege de censuur. Sommige van die open plaatsen zijn in de Adam-editie uit 1987 ingevuld. Die laatste uitgave is daardoor wat vollediger. Ook de opmaak is nauwkeuriger.’

‘Inmiddels wordt het werk van Nâzım Hikmet wat meer los gezien van zijn politieke ideeën, heb ik de indruk, hij wordt meer op zijn literaire merites beoordeeld. Toen ik een paar jaar geleden Istanbul bezocht, was er midden in het centrum, op de İstiklâl Caddesi, een fototentoonstelling aan hem gewijd, die trouwens wel streng beveiligd was. Er was veel belangstelling, ook van jonge mensen. Een paar straten verderop heb je nu een cultureel centrum dat naar hem is vernoemd. Je kon er min of meer vrij naar binnenlopen. Zoiets was onvoorstelbaar in de tijd dat wij zijn werk vertaalden. De boeken van Nâzım Hikmet waren toen wel verkrijgbaar, maar ze werden onder de toonbank verkocht. En men was zich bewust van de gevolgen die het bezit van zijn boeken kon hebben. Veel mensen maakten het boek onherkenbaar door de kaft ervanaf te halen.’

 

Droom

‘In het buitenland was het boek dan ook niet erg bekend. Toen wij aan de vertaling begonnen was Mensenlandschappen alleen in het Duits vertaald. Eric Visser en Ad van Rijsewijk hadden die vertaling gelezen. Het was hun grote droom het boek ooit in het Nederlands uit te geven. Toen ze De Geus eenmaal hadden opgericht hebben ze een vertaalbureau gevraagd of dat een vertaler kende. Je had in die tijd heel weinig Turkse vertalers. Ik werd door dat bureau gebeld met de vraag of ik “wat poëzie” wilde vertalen. Ik had geen idee om wat voor tekst het ging, het bureau wilde schrijver en poëzie nog niet noemen, en ik bedankte. Els, toen onze mede-studente Turks, werd ook benaderd en zij belde mij. Als zo’n kans twee keer langskomt, dan mag je geen nee zeggen, dachten wij. Maar dan doen we het met z’n drieën, samen met Wim, die eveneens Turks studeerde. De Geus beschouwde het boek als een van hun pronkstukken. In 2008 is het in een jubileumserie herdrukt.’

‘Ik hou me nog steeds bezig met Turkse literatuur, maar het moet nu veel meer zijdelings, ik kan mijn baan in het onderwijs er niet voor opzeggen. Een bestaan als literair vertaler is erg onzeker en het werk wordt slecht betaald. Voordat Wim stierf opperde hij het idee om een selectie te maken uit de brieven die Nâzım Hikmet schreef. We hadden het over een bloemlezing van zijn correspondentie met collega-auteur Kemal Tahir, met zijn derde vrouw Pirâye, haar zoon Mehmet, die later uitgever en criticus werd. Als ik meer tijd heb, zou ik graag aan zo’n brievenboek willen werken.’

 

Voor vertalingen van ander werk van Nâzım Hikmet, klik hier.

 

Binnenkort: hoe werd ‘Mensenlandschappen’ van Nâzım Hikmet in het Nederlands vertaald?

Als er in de twintigste eeuw één dichter is geweest die de gemoederen in Turkije heeft beziggehouden, dan is het Nâzım Hikmet. In literair opzicht maakte de dichter korte metten met alles waar de traditionele poëzie voor stond, in vorm en in inhoud, terwijl zijn marxistische overtuiging hem voortdurend in aanvaring bracht met de autoriteiten in de nationalistische eenpartijstaat die Turkije was. Na een serie processen en vele jaren gevangenschap stierf hij, 61 jaar oud, in 1963 als balling in Moskou. De politieke controverses rond zijn persoon duren voort – dit jaar nog werd een standbeeld van de dichter in Silivri, een plaats vlak bij Istanbul, enkele dagen voor de onthulling vernield. En ook zijn literaire werk is nog springlevend, zoals bleek uit de vele versregels die tijdens de protesten deze zomer in de Istanbulse centrumwijk Taksim op spandoeken en posters stonden.

In zijn bekendste werk, Memleketimden insan manzaraları, schetst Nâzım Hikmet een beeld van zijn land in de periode 1908-1945. Het was een tijd van grote oorlogen en enorme maatschappelijke veranderingen. Hikmet begon eind jaren dertig met de eerste teksten voor het epos, in de gevangenis van Bursa. Het groeide uit tot een omvangrijk dichtwerk. Op de voorgrond staan portretten van zijn landgenoten, hun grote en kleine verhalen, die door het beeldende taalgebruik van de dichter een onuitwisbare indruk maken.

In 1995 verscheen onder de titel Mensenlandschappen een Nederlandse editie, ruim vijfhonderdvijftig pagina’s poëzie. Els Hansen, Ruud Keurentjes en Wim van den Munkhof werkten negen jaar lang aan het opus magnum van een van Turkijes belangrijkste moderne dichters. ‘Een liefdevolle vertaling,’ oordeelde NRC Handelsblad, ‘een vertaling die leunt tegen het origineel – maar dat nooit ten koste van vloeiend Nederlands – en waarin het ritme bewaard is gebleven.’

Hoe vertaal je zo’n ingewikkeld boek, en hoe vertaal je dat met z’n drieën? Over enkele dagen op deze site een interview met Ruud Keurentjes over Nâzım Hikmets dichtwerk en de Nederlandse vertaling.

Vertaalster van het eerste uur Güzin Dino (1910-2013) gestorven

Begin juni werd in Parijs de vertaalster, schrijfster en literatuurwetenschapster Güzin Dino begraven. Dino werd in 1910 in Istanbul geboren, maar woonde meer dan de helft van haar honderddriejarige leven in Frankrijk. Samen met de in 1998 gestorven Münevver Andaç behoorde ze tot de eersten die Turkstalige literatuur in het Frans vertaalden.

De Turkse jaren van Güzin Dino vielen samen met het eind van het Osmaanse Rijk en de roerige beginjaren van de Turkse republiek. Dino, dochter van een bankdirecteur, kleindochter van een journalist en dichter, groeide op in Istanbul, waar ze in de jaren dertig Frans studeerde. In 1942 kreeg ze een aanstelling bij de vakgroep romanistiek als assistente van Erich Auerbach, een vermaard filoloog en literatuurwetenschapper die, verbannen uit Nazi-Duitsland, naar Istanbul was uitgeweken. In 1943 verhuisde ze naar Adana, een stad in Zuid-Turkije, om er te trouwen met de schilder en dichter Abidin Dino. Hij en zijn broer Arif, die eveneens dichtte en schilderde, waren vanwege linkse politieke activiteiten verbannen. Güzin maakte daar, in Çukurova, een gebied waar veel schrijvers en kunstenaars vandaan komen, kennis met Yaşar Kemal, die nog in de rijstbouw werkte maar op het punt stond zijn eerste verhalen te schrijven. Hij zou de Dino’s, met wie hij dik bevriend raakte, later omschrijven als zijn ‘universiteit’.

Lees verder…

Leven als een boom

Op het Taksim-plein in het centrum van Istanbul wordt sinds enkele dagen geprotesteerd. Actievoerders verzetten zich tegen de plannen van de regering Erdoğan om het plein ingrijpend te herinrichten. Die plannen betekenen onder andere dat het huidige Gezi-park moet plaatsmaken voor een nieuw te bouwen kazerne, geënt op de Topçu-kazerne, die daar in 1780 werd neergezet. In 1940 werd de Osmaanse kazerne door de kemalistische stadsbestuurders gesloopt om plaats te maken voor het huidige park. Het park behoort samen met het standbeeld op het plein en de schouwburg, het zogenoemde Atatürk Kültür Merkezi, tot belangrijke symbolen van de republikeinse periode. De nieuwe Topçu-kazerne zou volgens Erdoğans plannen grotendeels worden gebruikt als shopping mall.

Ongemeen hard politieoptreden tegen de betogers leidden vrijdag en zaterdag tot massale betogingen, op Taksim, in andere delen van de stad en in andere Turkse steden. Ook buiten Turkije worden protestbijeenkomsten gehouden. De bijzonder schaarse berichtgeving over de ontwikkelingen voedt het idee dat de regering een grote invloed heeft op de media.

De demonstraties gaan al lang niet meer alleen om het behoud van de bomen in wat een van de schaarse groenvoorzieningen is in de stad. Veel burgers vinden dat het beleid van minister-president Erdoğan leidt tot zeer ingrijpende veranderingen in de stad en het maatschappelijk leven zonder dat er in de besluitvorming ruimte is voor inspraak.

Op een Osmaanse çeşme (een publiek waterpunt) in de wijk Tophane, vlak bij Taksim, liet een betoger tussen de stenen takken en ranken een bekend citaat achter uit het gedicht Davet (‘De oproep’) van Nâzım Hikmet (1901–1963), een van de belangrijkste dichters uit de moderne Turkse poëzie. Na jarenlange gevangenschap voor het maken van communistische propaganda verliet Nâzım Hikmet in 1951 het land. Hetzelfde jaar werd hem zijn Turkse nationaliteit  ontnomen. Hij stierf in Moskou.

 

[Yaşamak] bir ağaç gibi tek ve hür
ve bir orman gibi kardeşçesine,
[bu hasret bizim...]

Leven als een boom, één en vrij
en als een bos gebroederlijk,
dat verlangen brandt in ons…

 

(Meer Nederlandstalige achtergrondinformatie over Erdoğans grootschalige bouwprojecten  en de besluitvorming daaromtrent is te vinden in de nieuwe aflevering van het tijdschrift 360, die donderdag 6 juni verschijnt.)

Baklava en noten – Hoe Turkse romans fictie worden

Geschreven in samenwerking met Karel Giltay*

 

‘Fictie doet zich graag voor als realiteit’, schrijft Guy Rooryck in zijn bespreking van de Perzische brieven van Montesquieu. (1) Dat is waar. Maar soms ook wordt fictie graag gepresenteerd als realiteit. De Perzische brieven kwamen aan de orde in het kader van het thema van een vorige aflevering van Filter: ‘De enscenering van het vreemde’. (2) Twee van de vier artikelen die onder deze titel waren geschaard bespraken teksten waarin het vreemde onderwerp is van gesprek: een buitenlander bezoekt het land van de auteur en laat in woord en gedrag blijken wat hij van zijn omgeving vindt, terwijl de autochtone personages alle kans krijgen om te reageren op ideeën en opvattingen van de bezoekende buitenstaander. Afhankelijk van de auteur ligt het accent op eigenaardigheden van de buitenlandse cultuur of op die van de eigen samenleving, maar in beide gevallen zijn het vreemde en het eigene elementen in de tekst.

Het kan ook anders. Wat als niet in de fictietekst een ontmoeting tussen culturen beschreven wordt, maar de buitenlandse tekst zelf door het publiek van het ontvangende land (de vertaler, de uitgever, de lezer) als het vreemde wordt beschouwd? Als met andere woorden, de ontmoeting van culturen niet tussen personages in de tekst plaatsvindt, maar daarbuiten, tussen de vertaalde tekst en zijn lezer, als de tekst niet het medium voor het vreemde is, maar het vreemde in hoogsteigen persoon.

Lees verder…