Dichter Efe Murad en ‘De straten van Istanbul’ op Winternachten (Den Haag, 20 januari 2018)

Efe Murad

De dichter Efe Murad is een van de deelnemers aan Winternachten 2018, dat van 18 – 21 januari in Den Haag plaatsvindt. Efe Murad (1987) studeerde filosofie aan Princeton en werkt nu aan een proefschrift in Osmaanse geschiedenis en Arabische filosofie en theologie aan Harvard. Hij publiceerde vijf dichtbundels en vijf vertalingen in het Turks van de Iraanse dichters M. Azad en Fereydoone Moshiri en van de Amerikaanse dichters C.K. Williams, Susan Howe and Lyn Hejinian.

Efe Murad zal onder andere medewerking verlenen aan de voorstelling De straten van Istanbul – Verzet en poëzie, op zaterdag 20 januari om 20u55.

Winternachten over De straten van Istanbul:

De straten en pleinen van Istanbul waren tijdens de Gezi-opstand van 2013 plekken waar werd geprotesteerd tegen autoritaire politiek en nietsontziende marktwerking. Men probeerde er een aanzet te geven tot verandering in de Turkse politiek.

Hoe kijkt de jonge dichter, essayist en criticus Efe Murad vijf jaar later naar de situatie in zijn land? En hoe ziet de literaire kaart van Istanbul er op dit moment uit? Efe Murad vertelt over de stad, wandelt er doorheen en draagt voor uit zijn werk, waaronder uit het gedicht Kapital Öldürür! (‘Kapitaal doodt!’), dat hij schreef met zijn generatiegenoten Sinan Özdemir en İsmail Aslan en dat een van de meest directe confrontaties met het Turkije van de afgelopen jaren vormt.

Çağlar Köseoğlu kijkt vanuit Nederland naar Istanbul en vergroot zo de kaart. Zijn poëzie vervormt de geschiedenis van de republiek Turkije en de situatie in Nederland tot iets nieuws en laat zien hoe geweld, taal en geografie samenhangen.

Irina Baldini danst in deze korte voorstelling improviserend door de kaart, baant zich een eigen pad door het stratenplan, de wolkenkrabbers en de luxe flatgebouwen van Istanbul en denkt in beweging na over de zoektocht naar open plekken in een stad waar de staat beslag heeft gelegd op de publieke ruimte.”

De tekst die de basis vormt voor de voorstelling, Het plezier van lege plekken, is in een vertaling van Hanneke van der Heijden verschenen in het decembernummer van tijdschrift De Gids. Afleveringen van De Gids zijn verkrijgbaar op het festival.

Voor een overzicht van alle programma-onderdelen waaraan Efe Murad meewerkt, klik hier.

Dichter Efe Murad en ‘De straten van Istanbul’ op Winternachten (Den Haag, 20 januari 2018)

Efe Murad

De dichter Efe Murad is een van de deelnemers aan Winternachten 2018, dat van 18 – 21 januari in Den Haag plaatsvindt. Efe Murad (1987) studeerde filosofie aan Princeton en werkt nu aan een proefschrift in Osmaanse geschiedenis en Arabische filosofie en theologie aan Harvard. Hij publiceerde vijf dichtbundels en vijf vertalingen in het Turks van de Iraanse dichters M. Azad en Fereydoone Moshiri en van de Amerikaanse dichters C.K. Williams, Susan Howe and Lyn Hejinian.

Efe Murad zal onder andere medewerking verlenen aan de voorstelling De straten van Istanbul – Verzet en poëzie, op zaterdag 20 januari om 20u55.

Winternachten over De straten van Istanbul:

De straten en pleinen van Istanbul waren tijdens de Gezi-opstand van 2013 plekken waar werd geprotesteerd tegen autoritaire politiek en nietsontziende marktwerking. Men probeerde er een aanzet te geven tot verandering in de Turkse politiek.

Hoe kijkt de jonge dichter, essayist en criticus Efe Murad vijf jaar later naar de situatie in zijn land? En hoe ziet de literaire kaart van Istanbul er op dit moment uit? Efe Murad vertelt over de stad, wandelt er doorheen en draagt voor uit zijn werk, waaronder uit het gedicht Kapital Öldürür! (‘Kapitaal doodt!’), dat hij schreef met zijn generatiegenoten Sinan Özdemir en İsmail Aslan en dat een van de meest directe confrontaties met het Turkije van de afgelopen jaren vormt.

Çağlar Köseoğlu kijkt vanuit Nederland naar Istanbul en vergroot zo de kaart. Zijn poëzie vervormt de geschiedenis van de republiek Turkije en de situatie in Nederland tot iets nieuws en laat zien hoe geweld, taal en geografie samenhangen.

Irina Baldini danst in deze korte voorstelling improviserend door de kaart, baant zich een eigen pad door het stratenplan, de wolkenkrabbers en de luxe flatgebouwen van Istanbul en denkt in beweging na over de zoektocht naar open plekken in een stad waar de staat beslag heeft gelegd op de publieke ruimte.”

De tekst die de basis vormt voor de voorstelling, Het plezier van lege plekken, is in een vertaling van Hanneke van der Heijden verschenen in het decembernummer van tijdschrift De Gids. Afleveringen van De Gids zijn verkrijgbaar op het festival.

Voor een overzicht van alle programma-onderdelen waaraan Efe Murad meewerkt, klik hier.

 

Turkse dichter Zeynep Köylü woont 15-jarig bestaan van PEN-schrijversflat bij (Antwerpen, 17 november 2017)

Op 17 november viert PEN Vlaanderen het vijftienjarige bestaan van haar schrijversflat. De flat in Antwerpen staat open voor schrijvers uit het buitenland die een tijd in rust willen werken. Sinds vijf jaar vangt de PEN-Schrijversflat in samenwerking met het vluchtstedennetwerk ICORN (International Cities of Refuge Network) jaarlijks ook een auteur-op-de-vlucht op.

Het vijftienjarig jubileum wordt gevierd met een programma waaraan schrijvers uit verschillende landen meedoen: Rodaan Al-Galidi (Irak, Nederland), Maria Ulyanova (Rusland), Jelica Novaković (Servië) en Tade Ipadeola (Nigeria). Uit Turkije komt dichter Zeynep Köylü.

Voor meer informatie over het programma en inschrijving, klik hier.

Voor een interview met Zeynep Köylü onder andere over hoe haar verblijf in Antwerpen haar werk heeft beïnvloed, klik hier.

Voor haar gedicht een halve kilometer tot de oneindigheid, klik hier.

 

Nâzım Hikmet-festival in Amsterdam (29 september – 3 oktober 2015)

Theater Rast in Amsterdam viert haar 15-jarig jubileum met een multidisciplinair festival gewijd aan het werk en het leven van de Turkse dichter Nâzım Hikmet (1902-1963). Het programma omvat onder meer de vertoning van een documentaire, lezingen, een theatrale poëzieperformance en een theaterconcert. Nâzım Hikmets meesterwerk Mensenlandschappen vormt de basis voor een ‘spoken word performance’.

Het festival wordt georganiseerd door Theater Rast & reART Collective i.s.m. Podium Mozaïek, Agora Lettera en Poetry Circle Nowhere. Şaban Ol, Micha Wertheim, Can Dündar, Genco Erkal, Selim Doğru en anderen verlenen hun medewerking aan het programma.

Voor het volledige programma, klik hier.

Kaartjes zijn te verkrijgen vanaf 15 augustus – klik hier.

 

Nâzım Hikmet-festival in Amsterdam (29 september – 3 oktober 2015)

Theater Rast in Amsterdam viert haar 15-jarig jubileum met een multidisciplinair festival gewijd aan het werk en het leven van de Turkse dichter Nâzım Hikmet (1902-1963). Het programma omvat onder meer de vertoning van een documentaire, lezingen, een theatrale poëzieperformance en een theaterconcert. Nâzım Hikmets meesterwerk Mensenlandschappen vormt de basis voor een ‘spoken word performance’.

Het festival wordt georganiseerd door Theater Rast & reART Collective i.s.m. Podium Mozaïek, Agora Lettera en Poetry Circle Nowhere. Şaban Ol, Micha Wertheim, Can Dündar, Genco Erkal en Selim Doğru en anderen verlenen hun medewerking aan het programma.

Voor het volledige programma, klik hier.

Kaartjes zijn te verkrijgen vanaf 15 augustus – klik hier.

 

‘Osmaanse poëzie is als een compositie van Bach’ – Interview met de samenstellers van ‘Reisgenoten en wijnschenkers’

Interview: Hanneke van der Heijden

‘Osmaanse poëzie is als een compositie van Bach: het heeft een abstracte schoonheid die op je gevoel werkt.’ Zo karakteriseert turkoloog Jan Schmidt de poëzie die hij met zijn collega’s Sytske Sötemann en Sander de Groot in het Nederlands vertaalde: Reisgenoten en wijnschenkers. De vroegste gedichten in de bundel dateren uit de veertiende eeuw, het begin van het Osmaanse rijk, de laatste zijn geschreven in het begin van de twintigste eeuw, aan de vooravond van het ontstaan van de republiek Turkije. De bloemlezing, vorig jaar verschenen bij Uitgeverij Jurgen Maas, geeft een overzicht van een dichterlijke traditie die bij lezers in Nederland en België zo goed als onbekend is. Voor poëzietijdschrift Awater had ik een gesprek met Sötemann en Schmidt over deze rijke poëzie en hoe die te vertalen.

Jullie bundel bevat gedichten uit de drie belangrijkste poëtische genres: divan- of hofpoëzie, tekke- of mystieke poëzie, en volkspoëzie. Waarin verschillen die genres van elkaar?

Schmidt: ‘Divanpoëzie werd geschreven door dichters die werden geprotegeerd en beloond door het hof van de sultan of door een lokaal hof buiten Constantinopel (het huidige Istanbul). Hun poëzie is vooral door het Perzische stramien beïnvloed. Het heeft veel Perzische leenwoorden en ook het metrum van de Perzische klassieke poëzie, waarin de afwisseling in de lengte van de klinkers en lettergrepen een grote rol speelt. De volkspoëzie, en deels ook de mystieke poëzie, sluit juist meer aan bij de lokale tradities en de spreektaal. De volkspoëzie heeft een lettergreepmetrum: in het Turks speelt de klemtoon een rol, en niet de lengte van klinkers en lettergrepen.’

Sötemann: ‘Volkspoëzie ligt ook dichter tegen de dagelijkse beleving aan. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt om mensen op te roepen tot een opstand, of om het leed van afscheid, heimwee en dood te beschrijven. Of gewoon voor het plezier, het plezier van het leven, in koffiehuis of taverne.’

En de poëzie uit de mystieke ordes?

Schmidt: ‘In taalgebruik staat tekkepoëzie dichter bij de volkspoëzie, al moet je wel een onderscheid maken naar sociale status. De Mevlevi-orde (de volgelingen van de Perzische mysticus Mevlana Djelal ad-Din Rumi) had bijvoorbeeld een hogere sociale status dan die van de volgelingen van de heilige Hacı Veli Bektaş. De Bektaşi-poëzie staat daardoor dichter bij de volkspoëzie. Binnen die orde zijn veel gedichten van buiten Istanbul overgebleven. De poëzie van de Mevlevi-orde is meer verwant met de hofpoëzie.’

Sötemann: ‘Omgekeerd heeft hofpoëzie vaak ook een sterk mystieke lading. Met die dubbelzinnigheid wordt gespeeld. Een wijnschenker kan een schone jongeling zijn, maar ook het hogere verbeelden. Dat blijft vaak diffuus.’

De bloemlezing bevat poëzie uit een groot tijdvak, van de veertiende tot de twintigste eeuw, geschreven in een enorm geografisch gebied. Hebben die gedichten toch iets gemeenschappelijks?

Sötemann: ‘De beeldspraak blijft in de loop van de eeuwen vrij constant, het is de culturele bedding, die in de loop van de eeuwen nauwelijks veranderd is. De originaliteit ligt daardoor niet zozeer in het gebruik van nieuwe metaforen, die zijn bijna allemaal aan de Perzische poëzie ontleend, maar in het spel met vormelementen zoals rijm en woordspel. Ook in onze bundel zie je grote verschillen in wat verschillende dichters met hetzelfde beeld doen.’

Schmidt: ‘Men was dol op allerlei retorische spelletjes. In hofpoëzie worden bijvoorbeeld grappen gemaakt met woorden die in het Arabisch, Perzisch en Turks op elkaar lijken, maar iets anders betekenen. Of je treft een vreemd Turks woord aan. Daarmee wordt iets origineels toegevoegd aan iets wat in hoge mate clichématig is.’

Is er van de Osmaanse poëzie veel bewaard gebleven?

Schmidt: ‘Er is heel veel gedicht, en ook heel veel verloren gegaan. Toch is er opvallend veel wél bewaard. Dat komt vooral doordat het Osmaanse rijk niet hetzelfde lot heeft ondergaan als het Romeinse rijk. Van het Romeinse rijk is nauwelijks een handschrift overgeleverd. Maar het Osmaanse rijk is blijven bestaan en ook niet echt gekoloniseerd. Er bestaan daardoor nog duizenden Osmaanse handschriften.’

Sötemann: ‘Veel volkspoëzie is vooral door de orale traditie overgeleverd. Veel mensen waren analfabeet, zoals overal elders in de wereld. Aan volkspoëzie deed iedereen mee, iedereen kan iets vertellen in gezelschap. En als er dan ondertussen muziek wordt gemaakt… dan wordt er voortdurend nieuwe poëzie gemaakt, en oude gezongen.’

Hoe hebben jullie uit dat enorme erfgoed dichters geselecteerd?

Sötemann: ‘Het moest een handzaam boek worden, een dikke bundel zou voor mensen die deze poëzie nog niet kennen weinig toevoegen. Daarom hebben we vooral dichters opgenomen die tegenwoordig gelden als de belangrijke namen in het poëtisch erfgoed.’

Schmidt: ‘Daarnaast hebben we ook gezorgd voor vormelijke variatie. Er staan in de bundel zowel gazels (korte lyrische gedichten), als elegieën en kasides ofwel lofdichten. Maar we hebben ook subgenres opgenomen: humoristische gedichten, scabreuze teksten, scheldpoëzie, een treurdicht voor een kat.’

Poëzie vertalen is sowieso moeilijk. Maar de vertaling van poëzie geschreven in een taal met zulke andere structurele kenmerken als het Nederlands, en met zo’n andere traditie in beeldspraak…

Schmidt: [lacht] ‘… is eigenlijk onmogelijk.’

Sötemann: ‘We hebben ervoor gekozen om in beeldspraak en betekenis zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven en er niet zomaar iets van te maken dat in het Nederlands leuk klinkt. We wilden vooral laten zien waar Osmaanse dichters het over hebben en hoe ze dat verwoorden. In de inleiding hebben we uitgelegd wat bepaalde beelden, zoals een volle maan of een wijnschenker, kunnen betekenen. Vormelijke kenmerken als metrum of rijm kwamen in de vertaling op de tweede plaats. We hebben expres geen prozavertaling gemaakt. We wilden laten zien dat het gedichten zijn. Soms, vooral in volkspoëzie, is het gelukt om gelijksoortige regels te krijgen wat ritme betreft. Maar je wordt gedwongen een keuze te maken, de syntaxis van het Nederlands is zo anders.’

Leverde het feit dat het Osmaans het geslacht van een persoon vaak niet expliciet aangeeft grote problemen op?

Sötemann: ‘Ja, je weet soms niet of een geliefde een man of een vrouw is. Dichters spelen met die dubbelzinnigheid.’

Schmidt: ‘Soms bieden genrekenmerken wel uitkomst bij de interpretatie. In gazels, in de lyrische poëzie, in de odes, is de geliefde een jongen, dat is bekend. Het was taboe om daarin over een vrouw te schrijven. In mesnevi’s, verhalende poëzie, gaat het juist altijd om een liefdesverhaal tussen een man en een vrouw. Het lastigst is liefdespoëzie die ook een mystieke kant heeft. Daarin staat de geliefde, vaak verzinnebeeld als ongenaakbare sultan, voor het hogere en goddelijke, dat de mens nooit kan bereiken. Liefde in dit soort liefdespoëzie is dus ongelukkige liefde, de liefde wordt nooit gesublimeerd. Maar tegelijkertijd is de geliefde ook een mens van vlees en bloed.’

Jullie bundel is tweetalig: naast de Nederlandse vertaling is ook het Osmaanse origineel, getranslitereerd in Latijns schrift, afgedrukt. Waarom?

Sötemann: ‘Om dit culturele erfgoed door te kunnen geven aan de jonge Turken die hier in Nederland wonen. Zij beheersen dat soort Turks zeker niet, op Nederlandse scholen krijgen ze het nooit, maar het spreekt hen vaak wel aan.  Ze kunnen in die Turkse teksten ook veel herkennen. Op deze manier krijgen ze toch een idee van hun eigen culturele erfgoed, het is bedoeld als een soort cadeautje.’

Wat is er zo mooi aan Osmaanse poëzie?

Schmidt: ‘Het zit als een prachtig kunstwerkje in elkaar. Het rijm is vaak heel bijzonder. En natuurlijk die cadans, die afwisseling van kort en lang, dat is muziek. Voor mijn studenten lees ik die Osmaanse poëzie wel eens voor zoals ik denk dat die geklonken moet hebben. Dat vinden ze natuurlijk heel gek, maar dan hoor je wat voor prachtige toon erin zit. Het werd natuurlijk ook vaak voorgedragen op bijeenkomsten met muziek. Tromgeroffel, geklap, gejoel…’

Sötemann: ‘Een van de dingen die ik in de volkspoëzie mooi vind, is dat je de geschiedenis van de bevolking ervaart. De opstanden, de armoede, de feesten. Poëzie, ook de moderne, geeft me, anders dan een wetenschappelijke studie, het gevoel heel direct in aanraking te komen met de cultuur, waardoor je iets meer van de mensen en hun samenleving lijkt te begrijpen.’

Schmidt: ‘Je hebt het idee iets over persoonlijke gevoelens te horen. Zo’n dichter roept je op het eind van het gedicht opeens aan: “O, wat heb ik toch een pijn in mijn hart gehad!” Een stem uit het verleden, lijkt het. Bij gazels heb je vaak een bepaalde setting. Er wordt bijvoorbeeld een stel vrienden beschreven die wijn zitten te drinken. Dat soort bijeenkomsten werd ook echt gehouden, al is het tegelijkertijd ook bedoeld als een beschrijving van het paradijs. Als je zo’n gedicht leest, heb je het idee dat je bij een groep mensen zit die buiten feest aan het vieren zijn, en dan verliefd worden op de wijn schenkende ober. Het geeft een illusie van intimiteit, en dat heb je in andere genres zelden. Daarom is het ook verwant aan muziek, aan composities van Bach. Die kunnen ook zo mooi in elkaar zitten. Het heeft een abstracte schoonheid die met heel persoonlijke gevoelens werkt.’

 

Sytske Sötemann, Jan Schmidt en Sander de Groot (red.), Reisgenoten en wijnschenkers. Osmaanse poëzie. Amsterdam: Uitgeverij Jurgen Maas. 2014.

Enkele gedichten uit de bundel zijn ook te vinden op de website van Sytske Sötemann.

Dit interview is (in een iets andere versie) verschenen in poëzietijdschrift Awater, najaar 2014.

 

Nu in de winkel: ‘Osmaanse poëzie is als een compositie van Bach’

Zo karakteriseert turkoloog Jan Schmidt de poëzie die hij met zijn collega’s Sytske Sötemann en Sander de Groot in het Nederlands vertaalde. Hun bloemlezing, Reisgenoten en wijnschenkers, kwam onlangs uit bij Uitgeverij Jurgen Maas. De vroegste gedichten in de bundel dateren uit de veertiende eeuw, het begin van het Osmaanse rijk, de laatste zijn geschreven in het begin van de twintigste eeuw, aan de vooravond van de republiek Turkije. De bundel geeft een overzicht van een dichterlijke traditie die bij lezers in Nederland en België zo goed als onbekend is.

Hoe ziet Osmaanse poëzie eruit? En hoe vertaal je gedichten uit een zo andere taal en traditie in het Nederlands? Voor poëzietijdschrift Awater interviewde ik Jan Schmidt en Sytske Sötemann hierover. Het vraaggesprek staat in het najaarsnummer, dat nu in boekwinkels verkrijgbaar is.

‘Osmaanse poëzie is als een compositie van Bach’

Zo karakteriseert turkoloog Jan Schmidt de poëzie die hij met zijn collega’s Sytske Sötemann en Sander de Groot in het Nederlands vertaalde. Hun bloemlezing, Reisgenoten en wijnschenkers, kwam onlangs uit bij Uitgeverij Jurgen Maas. De vroegste gedichten in de bundel dateren uit de veertiende eeuw, het begin van het Osmaanse rijk, de laatste zijn geschreven in het begin van de twintigste eeuw, aan de vooravond van de republiek Turkije. De bundel geeft een overzicht van een dichterlijke traditie die bij lezers in Nederland en België zo goed als onbekend is.

Hoe ziet Osmaanse poëzie eruit? En hoe vertaal je gedichten uit een zo andere taal en traditie in het Nederlands? Voor poëzietijdschrift Awater interviewde ik Jan Schmidt en Sytske Sötemann hierover. Het vraaggesprek staat in het najaarsnummer, dat nu in boekwinkels verkrijgbaar is.

 

‘Mensenlandschappen’ van Nâzım Hikmet in Nijmegen (26 oktober 2014)

Op zondag 26 oktober vindt van 14 tot 16.30 uur in wijkcentrum Hatert (Nijmegen) een literaire plaats rond Mensenlandschappen van Nâzım Hikmet (1902-1963) – het bekendste werk van een van Turkijes bekendste dichters. De middag wordt georganiseerd door de Democratische Volksvereniging (DHD) Nijmegen m.m.v. voordrachtsgroep Poëzie Hardop uit Arnhem.

Tijdens de middag wordt een portret geschilderd van Nâzım Hikmet. Poëzie Hardop draagt fragmenten voor uit de tekst, zowel in het Turks als in het Nederlands. Ruud Keurentjes, die samen met Wim van den Munkhof en Els Hansen Nâzım Hikmets epos in het Nederlands vertaalde, vertelt over de poëtische kracht van dit lange epische gedicht (de vertaling telt zo’n vijfhonderdvijftig pagina’s), en gaat in op de betekenis die de tekst ook nu nog heeft. Het geheel wordt omlijst door videobeelden en live muziek.

In Memleketimden insan manzaraları / Mensenlandschappen schetst Nâzım Hikmet een beeld van zijn land in de periode 1908-1945, een tijd van grote oorlogen en enorme maatschappelijke veranderingen. Hikmet begon eind jaren dertig in de gevangenis van Bursa met de eerste teksten voor het epos. Het groeide uit tot een omvangrijk dichtwerk. Op de voorgrond staan portretten van Hikmets landgenoten, hun grote en kleine verhalen, die door het beeldende taalgebruik een onuitwisbare indruk maken.

‘Een liefdevolle vertaling,’ oordeelde NRC Handelsblad over de Nederlandse editie, ‘een vertaling die leunt tegen het origineel – maar dat nooit ten koste van vloeiend Nederlands – en waarin het ritme bewaard is gebleven.’

Voor een interview met Ruud Keurentjes, een van de vertalers van Mensenlandschappen, klik hier.

Datum: zondag 26 oktober, 14-16.30 uur. Zaal open vanaf 13.30 uur.
Plaats: Wijkcentrum Hatert, Couwenbergstraat 22, 6535 RZ  Nijmegen
Entree: € 5

 

Verkiezing van het mooiste Turkse gedicht aller tijden (Den Haag, 28 maart 2014)

Naar aanleiding van de onlangs verschenen bundel Reisgenoten en wijnschenkers. Osmaanse poëzie, samengesteld en vertaald door Sytske Sötemann, Jan Schmidt en Sander de Groot, wordt op vrijdag 28 maart aanstaande in Den Haag de verkiezing van het ‘mooiste Turkse gedicht aller tijden’ gehouden.

De verkiezing is beperkt tot gedichten die in het Nederlands zijn verschenen, in de genoemde bundel en in de bloemlezing Moderne Turkse pöezie, samengesteld door Mehmet Emin Yıldırım, Sytske Sötemann en Mehmet Çetin.

Op de (Nederlandstalige) avond lezen een aantal (Turks-)Nederlandse gasten hun lievelingsgedicht voor en beargumenteren zij hun voorkeur. Bezoekers aan de avond kunnen daar hun voorkeur aan toevoegen. Aan het eind van de avond wordt er gestemd.

Plaats: Studio B – eerste etage van de Centrale Bibliotheek in Den Haag
Aanvang: 20u30 (deuren open vanaf 20u)

Voor meer informatie en reservering, klik hier.