Zo karakteriseert turkoloog Jan Schmidt de poëzie die hij met zijn collega’s Sytske Sötemann en Sander de Groot in het Nederlands vertaalde. Hun bloemlezing, Reisgenoten en wijnschenkers, kwam onlangs uit bij Uitgeverij Jurgen Maas. De vroegste gedichten in de bundel dateren uit de veertiende eeuw, het begin van het Osmaanse rijk, de laatste zijn geschreven in het begin van de twintigste eeuw, aan de vooravond van de republiek Turkije. De bundel geeft een overzicht van een dichterlijke traditie die bij lezers in Nederland en België zo goed als onbekend is.

Hoe ziet Osmaanse poëzie eruit? En hoe vertaal je gedichten uit een zo andere taal en traditie in het Nederlands? Voor poëzietijdschrift Awater interviewde ik Jan Schmidt en Sytske Sötemann hierover. Het vraaggesprek staat in het najaarsnummer, dat nu in boekwinkels verkrijgbaar is.