Voor sommige schrijvers lijkt de keuze voor literatuur een kwestie van toeval: hun belangstelling omvat haast het hele scala van kunst. Ahmet Hamdi Tanpınar is zo’n schrijver. Hij heeft geen andere discipline dan die van de literatuur beoefend, maar in zijn romans en korte verhalen wemelt het van de beeldhouwwerken en schilderijen, en vooral: muziek.

In Sereen, zijn roman uit 1948, is hoofdpersoon Mümtaz voortdurend onderweg in Istanbul. Op veel van die tochten door de stad wordt hij begeleid door muziek. Meestal klassieke Osmaanse muziek uit de achttiende eeuw, maar ook nieuwere negentiende-eeuwse liederen of volksliedjes. De muziek wordt opgeroepen door de oude gebouwen die Mümtaz onderweg tegenkomt. De melodieën en liederen verbinden de verschillende plaatsen in de stad met elkaar en met de geschiedenis. Daarmee fungeren de muziekstukken haast als songlines, zoals Bruce Chatwin die ooit beschreef: ze veranderen het landschap van Istanbul in ‘een landkaart van klanken, van droombeelden’.

Maar hoe klinkt die muziek?

Voor de Tanpınar-avond die op 27 november 2013 plaatsvond in De Balie in Amsterdam, studeerde Het Levantijns Orkest een aantal van de composities in die in Sereen zo’n belangrijke rol spelen. Twee door het orkest uitgevoerde stukken zijn hier ook digitaal te beluisteren.

De Openingsmelodie in Ferahfeza, het begin van een langere religieuze suite, is gecomponeerd door componist en derwisj Hamamizade İsmail Dede Efendi (kortweg: Dede Efendi), die eind achttiende, begin negentiende eeuw leefde. Mümtaz en zijn geliefde Nuran beleven een mystieke ervaring als een aantal muzikanten bij hen thuis dit stuk en de daarop volgende religieuze suite opvoeren. Het is een van de sleutelscènes in de roman.

Maar er komen in Sereen ook wereldse liederen voor. Een voorbeeld van dit genre is Baharin zamani geldi (‘De tijd van de lente is aangebroken’), eveneens een compositie van Dede Efendi, en hier uitgevoerd door Het Levantijns Orkest.

Van Tab’î Mustafa Efendi is hier het lied ‘Çıkmaz derûn-i dilden efendim muhabbetin’ (‘Je liefde, goede vriend, komt niet diep uit je hart’) te beluisteren in een uitvoering van de beroemde tenor Münir Nurettin Selçuk. Naar dit lied vernoemen Mümtaz en zijn geliefde Nuran in Sereen het theehuis in Küçük Çamlıca.

Een anonieme vocale uitvoering van een lied van de ook in Sereen genoemde componist Hacı Ârif Bey is hier te horen. Het lied heet ‘Geçti zahm-ı tîr-i hicrin tâ dil-i nâ-şâdıma’ (‘De pijl van je heengaan doorboorde mijn droeve hart’).