Yusuf Atılgan en Murat Işık bij boekhandel Roelants (Nijmegen, 5 april 2018)

Op donderdagavond 5 april 2018 staat boekhandel Roelants in Nijmegen in het teken van het werk van de schrijvers Yusuf Atılgan en Murat Işık.

Yusuf Atılgan (1921 – 1989) maakte in Turkije onuitwisbare indruk met twee romans. Van Atılgans eerste roman, Aylak adam, verscheen in 2016 een Nederlandse vertaling: De lanterfanter. Eind vorig jaar volgde Hotel Moederland, de vertaling van Anayurt Oteli. Tijdens deze avond een feestelijke presentatie van Hotel Moederland en meer over het werk van Yusuf Atılgan en zijn invloed op schrijvers als Orhan Pamuk en Oğuz Atay door onder andere vertaalster Hanneke van der Heijden.

 

Murat Işık (1977) debuteerde in 2012 met de roman Verloren grond, een epische familiegeschiedenis die begint in Oost-Turkije, eind jaren zestig. Vorig jaar volgde Işıks tweede roman: Wees onzichtbaar. Een Turkse jongen in de Bijlmer weert zich samen met zijn zus en zijn moeder tegen zijn tirannieke vader. Tegelijkertijd is het gezin getuige van de veranderingen in de Bijlmer, die, bedoeld als vooruitstrevend stadsdeel, steeds meer verwordt tot een wijk met criminaliteit en raciale spanningen. Beide romans werden met een literaire prijs bekroond.

Plaats: Boekhandel Roelants (Oude mol)
Van Broeckhuysenstraat 34
6511 PJ  Nijmegen
Datum: 5 april 2018
Aanvang: 19u30
Entree: gratis
Reserveren kan met een mailtje naar roelants@roelants.nl

Klik hier voor de website van Boekhandel Roelants.

Voor een fragment uit Hotel Moederland klik hier; het nawoord bij de roman staat hier.

Yusuf Atılgan en Murat Işık bij boekhandel Roelants (Nijmegen, 5 april 2018)

Op donderdagavond 5 april 2018 staat boekhandel Roelants in Nijmegen in het teken van het werk van de schrijvers Yusuf Atılgan en Murat Işık.

Yusuf Atılgan (1921 – 1989) maakte in Turkije onuitwisbare indruk met twee romans. Van Atılgans eerste roman, Aylak adam, verscheen in 2016 een Nederlandse vertaling: De lanterfanter. Eind vorig jaar volgde Hotel Moederland, de vertaling van Anayurt Oteli. Tijdens deze avond een feestelijke presentatie van Hotel Moederland en meer over het werk van Yusuf Atılgan en zijn invloed op schrijvers als Orhan Pamuk en Oğuz Atay door onder andere vertaalster Hanneke van der Heijden.

 

Murat Işık (1977) debuteerde in 2012 met de roman Verloren grond, een epische familiegeschiedenis die begint in Oost-Turkije, eind jaren zestig. Vorig jaar volgde Işıks tweede roman: Wees onzichtbaar. Een Turkse jongen in de Bijlmer weert zich samen met zijn zus en zijn moeder tegen zijn tirannieke vader. Tegelijkertijd is het gezin getuige van de veranderingen in de Bijlmer, die, bedoeld als vooruitstrevend stadsdeel, steeds meer verwordt tot een wijk met criminaliteit en raciale spanningen. Beide romans werden met een literaire prijs bekroond.

Plaats: Boekhandel Roelants (Oude mol)
Van Broeckhuysenstraat 34
6511 PJ  Nijmegen
Datum: 5 april 2018
Aanvang: 19u30
Entree: gratis
Reserveren kan met een mailtje naar roelants@roelants.nl

Klik hier voor de website van Boekhandel Roelants.

Voor een fragment uit Hotel Moederland klik hier; het nawoord bij de roman staat hier.

 

Nawoord bij ‘Hotel Moederland’ – roman van Yusuf Atılgan

Na De lanterfanter publiceerde Uitgeverij Jurgen Maas in het najaar van 2017 een tweede roman van Yusuf Atılgan. Hieronder het nawoord dat ik bij deze roman schreef. 

 

‘Waren anderen per se nodig?’ peinst Zebercet in zijn fauteuil, nadat een politiecommissaris had moeten grinniken bij het horen van zijn ongebruikelijke naam – Zebercet is Turks voor het mineraal olivijn, maar het zijn meestal meisjes die naar een edelsteen worden vernoemd. De commissaris is niet de eerste die om de klerk van Hotel Moederland lacht; de kleine, magere man is in zijn leven al vaak geplaagd en bespot. Daar zal spoedig een einde aan komen. Vlak na zijn overpeinzing sluit Zebercet zich voorgoed op in zijn hotel.

Zebercets verzuchting lijkt een echo uit De lanterfanter, de roman waarmee Yusuf Atılgan (1921-1989) veertien jaar voor Hotel Moederland debuteerde. Want ook het hoofdpersonage in Atılgans eerste roman, C. wordt hij genoemd, heeft weinig op met anderen. De twee mannen, beiden rond de dertig, beiden alleen, hebben trouwens wel meer overeenkomsten. Allebei zien ze maar één uitweg uit hun eenzaamheid: een vrouw met wie ze geestelijk dan wel lichamelijk een zo sterke nabijheid kunnen ervaren dat die de zinloosheid van hun levens tenietdoet. Beiden hebben even het idee zo’n vrouw te hebben gevonden. Maar de aard van hun verwachtingen maakt desillusie onvermijdelijk, en de levens van de beide mannen nemen vervolgens een totaal andere wending.

De romans De lanterfanter (1959) en Hotel Moederland (1973) zouden de belangrijkste werken worden in het kleine oeuvre van Yusuf Atılgan, dat verder nog een bundel korte verhalen en een kinderboek omvat, waardoor eenzaamheid en vervreemding de hoofdthema’s van zijn oeuvre vormen. Een derde roman bleef onvoltooid.

Maar hoezeer Atılgans twee, in Turkije beroemd geworden, personages in hun werdegang ook op elkaar lijken, in andere opzichten zijn ze elkaars tegenpolen. Het lijkt wel of Atılgan de thema’s eenzaamheid en vervreemding vanuit twee volledig tegengestelde situaties heeft benaderd. Lanterfanter C. is een bohemien, die zich voornamelijk in intellectuele en artistieke kringen begeeft. Hij weigert een baan te nemen, eigenlijk verzet hij zich tegen iedere maatschappelijke verwachting. Als zoon uit een welgestelde familie hoeft hij zich over geld geen zorgen te maken. Een groot deel van zijn tijd brengt hij buiten door, slenterend op straat, waar hij in de stroom van passanten zijn ware liefde hoopt te vinden, ondertussen zijn medemensen gadeslaat, en vol zelfvertrouwen hun gewoontes en hun stereotiepe gedrag becommentarieert. Want C. kijkt neer op wie zich wel iets gelegen laat liggen aan conventies, routines en patronen – en dat is in feite iedereen. Lees verder…

Yusuf Atılgan – Hotel Moederland (fragment)

In oktober 2017 verscheen bij Uitgeverij Jurgen Maas Hotel Moederland, mijn vertaling van de roman Anayurt Oteli, geschreven door Yusuf Atılgan. Hieronder een fragment uit de roman.

 

Hij werd wakker. Het was schemerig in de kamer. Hij strekte zijn hand uit naar het zware Omega-zakhorloge, dat een collega van zijn vader, toen die nog klerk bij de burgerlijke stand was, hem in ruil voor twee gouden munten had gegeven, pakte het van de hutkoffer bij het hoofdeind en hield het naar het raam: kwart voor zes. Hij wond het op, legde het neer. Zijn onderbroek vertoonde aan de voorkant een zwelling; hij duwde er met zijn linkerhand op. Hij kwam overeind; rook aan zijn hemd, stapte uit bed. Voordat hij naar de wc ging zette hij een ketel water op het petroleumstel. Toen hij naar buiten kwam waste hij zich; hij droogde zich af, sloeg de handdoek om zich heen en liep terug naar zijn kamer. Hij pakte schoon ondergoed uit de hutkoffer, kleedde zich aan. Voor de kleine spiegel aan de muur kamde hij zijn haar: zijn snor zat op zijn plek. Hij stopte het horloge in zijn vestzak, deed het raam open. Dekte zijn bed. Liet zijn sokken en handdoek in de douchecel achter. Hij ging de kamer van de werkster in, deed het raam open, wekte haar.

Eenmaal beneden haalde hij de ijzeren dwarsbalk voor de buitendeur weg; hij pakte de sleutel uit zijn linkerzak en draaide het slot open. In de zijkamer vulde hij de theepot voor twee glaasjes en bracht het water aan de kook; schonk het op. Op een dienblad maakte hij een ontbijt voor zichzelf klaar. Tegen zevenen ontbeet hij aan zijn bureau. Hij had altijd één klontje suiker in zijn thee. Boven klonk gekraak en gestommel. Een boerenman van middelbare leeftijd met een borstelsnor kwam de trap af. Gisteravond had hij het hem gevraagd; hij kwam niet uit dat dorp.

‘Smakelijk.’

‘Zegt u het maar.’

‘Bedankt. Wat krijgt u van me?’

De man betaalde, vertrok. Hij at maar het smaakte hem niet, hij dronk nog een glas thee, ruimde het dienblad op. Hij poetste zijn tanden, ging terug naar zijn plek. Stak een sigaret op. De laatste drie dagen had hij nu en dan zonder de rook te inhaleren een sigaret gerookt. Vrijdag ook? Vrijdag was een nevelige dag geweest. ’s Middags was hij ingedommeld terwijl de man die officier buiten dienst zei te zijn kranten had zitten lezen, hij had een tijdje geslapen. Toen er op het bureau werd geklopt was hij wakker geworden, had opgekeken: voor hem stonden een jonge vrouw en een jonge man; ze glimlachten. Had hij soms gesnurkt? Het was het echtpaar, een leraar en lerares, dat dinsdag aangekomen was; ze waren op het lyceum benoemd; hadden gezegd dat ze in het hotel zouden blijven tot ze een woning hadden. ‘Bent u ziek?’ ‘Nee, ik heb alleen wat hoofdpijn.’

Hij legde zijn sigaret in de asbak; opende het dikke hotelregister dat voor hem lag. Turend naar het formulier van gisteren schreef hij de namen van de hotelgasten in het boekwerk over. Zijn handschrift was niet vloeiend maar wel leesbaar. Op iedere pagina was ruimte voor twee dagen met per dag vakjes voor de kamers 1 tot en met 9, en per kamer ruimte voor de afzonderlijke bedden. Hij bladerde terug naar donderdag. Er stonden twaalf namen genoteerd; het leek of de kamer van de vrouw die met de vertraagde trein uit Ankara was gekomen leeg was geweest. Niet dat het veel uitmaakte, hij gaf die kamer tenslotte maar een paar keer per jaar aan iemand, en bovendien deed hij een keer in de veertien dagen alsof een of twee bedden onbezet waren geweest, en hevelde dan, wanneer iedereen weg was en hij het ’s ochtends binnengekomen geld uit de la haalde en in de kluis legde, steeds een lira van de hotelrekening naar zijn eigen rekening over; toch wilde hij vaststellen dat de vrouw die nacht in die kamer had verbleven. Maar haar zomaar een naam geven kon hij niet.

 

Fragment uit: Yusuf Atılgan, Hotel Moederland. Amsterdam: Uitgeverij Jurgen Maas, 2017. Vertaald uit het Turks en van een nawoord voorzien door Hanneke van der Heijden. Oorspronkelijke titel: Anayurt Oteli (Istanbul: 1973).

Yusuf Atılgan in Arnhem (donderdag 29 september 2016)

De roman De lanterfanter van Yusuf Atılgan was een van de vijf boeken die deze zomer favoriet waren bij boekhandel Hijman / Ongerijmd in Arnhem.

Op donderdag 29 september organiseert de boekhandel daarom een avond over De lanterfanter. Ik vertel over Yusuf Atılgan, over lopen in het Istanbul van de jaren vijftig, en over de grote invloed van Atılgan op het werk van Orhan Pamuk en Oğuz Atay.

Voor meer informatie over de avond, klik hier.

Hiernaast een foto van de etalage die boekhandel Hijman/Ongerijmd voor De lanterfanter inrichtte. De etalage is ontworpen door Marije Sietsma van Arnhemse uitgeverij Loopvis.

Plaats:            Boekhandel Hijman / Ongerijmd, Grote Oord 15, Arnhem
Datum:           29 september 2016
Aanvang:       20u

 

Yusuf Atılgan in Arnhem (donderdag 29 september 2016)

De roman De lanterfanter van Yusuf Atılgan was een van de vijf boeken die deze zomer favoriet waren bij boekhandel Hijman / Ongerijmd in Arnhem.

Op donderdag 29 september organiseert de boekhandel daarom een avond over De lanterfanter. Ik vertel over Yusuf Atılgan, over lopen in het Istanbul van de jaren vijftig, en over de grote invloed van Atılgan op het werk van Orhan Pamuk en Oğuz Atay.

Voor meer informatie over de avond, klik hier.

Hiernaast een foto van de etalage die boekhandel Hijman/Ongerijmd voor De lanterfanter inrichtte. De etalage is ontworpen door Marije Sietsma van Arnhemse uitgeverij Loopvis.

Plaats:            Boekhandel Hijman / Ongerijmd, Grote Oord 15, Arnhem
Datum:           29 september 2016
Aanvang:       20u

 

Nawoord bij ‘De lanterfanter’ – roman van Yusuf Atılgan

Gisteren is bij Uitgeverij Jurgen Maas De lanterfanter verschenen. Voor iedereen die niet bij de presentatie kon zijn of meer wil weten over Yusuf Atılgan en zijn roman, hieronder het nawoord dat ik bij De lanterfanter schreef.

Tekst: Hanneke van der Heijden.

De romankunst wordt door bijvoorbeeld Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk opgevat als de kunst om je in een ander te verplaatsen: om je eigen leven te beschrijven als was het dat van een ander, het leven van een ander als dat van jezelf. Dat is een optimistische opvatting, want ze gaat uit van de vooronderstelling dat begrip van de ander, van zijn leven, zijn gedachten en drijfveren, daadwerkelijk mogelijk is.

Zo’n omschrijving laat goed zien hoe ongewoon het is wat Yusuf Atılgan (1921-1989) in zijn debuut ondernam, want als schepper van C. verplaatst Atılgan zich paradoxaal genoeg in een personage dat zich juist niet in anderen wil of kan verplaatsen, in een man die ervan overtuigd is dat het onmogelijk is je in die mate in een ander in te leven. ‘Ze zouden het toch niet begrijpen,’ zegt C. Het is de allerlaatste zin van de roman, C. doet er verder het zwijgen toe.

Het vraagstuk hoe zich tot ‘de ander’ te verhouden is wat C. op zijn lange wandeltochten het meest bezighoudt. En de stad biedt vele gelegenheden voor confrontaties met ‘de ander’. Zich bewegend tussen de drommen mensen op straat, zijn stappen steeds weer herhalend, beziet C. het moderne stadsleven, ondergaat de werking van de anonieme massa’s, wordt gedwongen in het sociale gewoel zijn plaats als individu te bepalen.

De stad waar Atılgans hoofdpersoon doorheen loopt krijgt net als hijzelf geen naam. Maar de wijken wel, en de routes van C. zijn zo realistisch beschreven dat je ze haast kunt na lopen. Het is dan ook niet moeilijk te achterhalen dat De lanterfanter gesitueerd is in het Istanbul van de jaren vijftig. Met zo’n miljoen inwoners was de stad weliswaar vele malen kleiner dan nu, de massale migratie van het Turkse platteland was nog maar net op gang gekomen, maar ook toen al was Istanbul de grootste stad van het land. Lees verder…

Presentatie van ‘De lanterfanter’ – Nederlandse vertaling van roman van Yusuf Atılgan (19 mei, Amsterdam)

Op 19 mei verschijnt De lanterfanter, de Nederlandse vertaling van de roman waarmee Yusuf Atılgan in Turkije een onuitwisbare indruk maakte. Aylak Adam, zoals het boek in het Turks heet, verscheen in 1959.

C. verzet zich tegen de dagelijkse verplichtingen die het leven van de anderen kenmerken. Hij leeft van een erfenis en verlummelt zijn dagen in de kroegen, trams en straten van Istanbul, op zoek naar het enige dat zijn leven zin kan geven: de ware liefde, die ene onvindbare vrouw. Niets anders geeft hem voldoening, noch de kortstondige romantiek, noch de kunst. Relaties met de mensen om hem heen, die hij grotendeels verafschuwt, doen dat al helemaal niet. Maar kan een mens zonder anderen? En hoe anders is hijzelf?

Tijdens een feestelijke presentatie stellen uitgever Jurgen Maas en vertaler Hanneke van der Heijden het boek voor.
Muzikanten van Het Levantijns Orkest spelen muziek uit de wereld van De lanterfanter: het Istanbul van de jaren vijftig.

Plaats: Podium Mozaiek, Amsterdam
Datum: donderdag 19 mei 2016
Aanvang: vanaf 20u

Toegang is vrij.

Voor een fragment uit de roman, klik hier.

 

Presentatie van ‘De lanterfanter’ – Nederlandse vertaling van roman van Yusuf Atılgan (19 mei, Amsterdam)

Op 19 mei verschijnt De lanterfanter, de Nederlandse vertaling van de roman Aylak Adam.

‘De lanterfanter’ is het debuut van de Turkse schrijver Yusuf Atilgan. Het verscheen in 1959. En het was een heel ongewoon debuut: C., de hoofdpersoon, is een van de eerste tegendraadse figuren in de Turkse literatuur.

C. verzet zich tegen de dagelijkse verplichtingen die het leven van de anderen kenmerken. Hij leeft van een erfenis en verlummelt zijn dagen in de kroegen, trams en straten van Istanbul, op zoek naar het enige dat zijn leven zin kan geven: de ware liefde, die ene onvindbare vrouw. Niets anders geeft hem voldoening, noch de kortstondige romantiek, noch de kunst. Relaties met de mensen om hem heen, die hij grotendeels verafschuwt, doen dat al helemaal niet. Maar kan een mens zonder anderen? En hoe anders is hijzelf?

Tijdens een feestelijke presentatie stellen uitgever Jurgen Maas en vertaler Hanneke van der Heijden het boek voor.
Muzikanten van Het Levantijns Orkest spelen muziek uit de wereld van De lanterfanter: het Istanbul van de jaren vijftig.

Plaats: Podium Mozaiek, Amsterdam
Datum: donderdag 19 mei 2016
Aanvang: vanaf 20u

Toegang is vrij.

Voor een fragment uit de roman, klik hier.

 

Yusuf Atılgan – De lanterfanter (fragment)

Op 19 mei verschijnt bij Uitgeverij Jurgen Maas De lanterfanter, mijn vertaling van de roman Aylak Adam geschreven door Yusuf Atılgan. Hieronder een fragment uit de roman.

 

De namen van de dagen kunnen veranderen naargelang de dingen die zich binnen hun tijdsbestek afspelen. Vandaag was aanvankelijk ‘de dag dat hij voor het eerst buiten zijn jas had uitgedaan’, later zou dat veranderen in ‘de dag dat hij Güler voor het eerst had gezien’. Het was zonnig, zwoel. In Karaköy, bij de baklavasalon op het kruispunt, zocht hij tussen de mensen die vlak voor hem langs de etalageruit liepen iemand van wie op het eerste gezicht duidelijk zou zijn dat het een timmerman was. Soms was hij op zoek naar een kleermaker. Hij was eens iemand achterna gehold van wie hij dacht dat het een kleermaker was, maar toen hij de man naar zijn beroep vroeg bleek hij griffier te zijn. Toen hij er genoeg van had naar een timmerman te zoeken, begon hij naar de verkeersagent te kijken die op een kleine verhoging in het midden stond. Hij blies op een fluit, zwaaide met een stokje; auto’s en trams raasden voorbij zonder elkaar te raken. Hij vond de bewegingen van de man lachwekkend. Misschien omdat hij zo chagrijnig keek. Waarom bleven de mensen niet staan lachen? Hij mocht hem niet. In zijn plaats zou hij op een dag iets ongehoords doen. Hij zou de auto’s en trams door elkaar laten rijden en dan in lachen uitbarsten. De agent was daar de man niet naar. Misschien dat die de orde slechts verstoorde in zijn dromen.

Toen zag hij de hoek van de straat. Soms krijg je zonder wat voor aanwijsbare aanleiding dan ook het idee dat het gebouw, de straathoek waar je langs loopt, de stoel waar je op zit, nog een belangrijke rol in je leven zal spelen. Zo stond er vandaag precies op die straathoek iets te gebeuren. Hij kon zijn blik er niet meer van losmaken. Voor de voorbijgangers was het een doodnormale plek, een plek zoals je er duizenden hebt in de
stad. Overdreef hij soms? Zou hij iedere alledaagse gebeurtenis die zich daar kon afspelen op grond van zijn vooroordelen voor iets bijzonders houden? Twee mannen waren in gesprek en stonden op het punt uiteen te gaan. Ze gaven elkaar een hand. Hoed afnemen! Ze namen hun hoed af. Het was absurd iets nieuws van de mensen te verwachten. Nu stonden er twee meisjes op de hoek te praten. Ze droegen platte schoenen. Zo, dat was tenminste goed. Of zou…? Zijn hart bonsde. De een droeg een beige regenjas, de ander een lichtblauwe. Kijk aan, ze stonden op het punt afscheid te nemen. ‘Vooruit, hand geven!’ riep hij inwendig. Ze gaven elkaar een zoen.

Hij sprong overeind. Toen hij naar buiten liep hoorde hij de ober roepen.

‘Meneer, het geld!’

Hij stak zijn hand in zijn zak en haalde er het eerste beste bankbiljet uit. Eentje van vijf. Hij legde het op de koelvitrine en liep naar buiten. Toen hij de hoek omsloeg zag hij de twee meisjes. Beige liep naar Yüksek Kaldırım, lichtblauw naar Tophane. Mijn god, wie van de twee nu? Op de hoek bleef hij even staan. Toen liep hij het beige meisje achterna. In dat ene moment waarop hij stil was blijven staan, was alles voorbij.

Weer had hij zich vergist. Het meisje in lichtblauw was B. Was hij haar achternagegaan, dan zou het verhaal ten einde zijn. Maar hij ging met Güler mee. Toeval? Nee. Als er in deze stad één plek was waar hij een hekel aan had, dan was het wel de Tophanelaan. Misschien kwam het doordat hij beducht was voor de uitnodigende lokroep van de hoorns van de veerboten, misschien door de saaie dagen die hij er op de academie had doorgebracht. Van Yüksek Kaldırım hield hij juist. Er was de hoop dat beige daarlangs omhoog zou gaan. Bovendien waren zijn voeten nog gewend die weg te lopen uit de tijd dat hij naar Ayşe ging. (De gewenning die je stuurt zonder dat je het in de gaten hebt…)

 

Uit: Yusuf Atılgan, De lanterfanter. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Jurgen Maas. 2016. Vertaald uit het Turks door Hanneke van der Heijden. Oorspronkelijke titel: Aylak Adam (Istanbul, 1959).