Als je begint in een nieuwe literatuur, in een taal die je net aan het leren bent, dan blijken die boeken later vaak te zijn omgeven met herinneringen aan het lezen zelf, aan de verovering van de taal, de fascinatie die die oproept. Over ‘De heer Cevdet en zonen’, een familiekroniek en het debuut van Orhan Pamuk, hangt voor altijd een triomfantelijke glans, omdat dat het eerste Turkse boek was dat ik gewoon, in het gras kon lezen, zonder maar een grammatica in de buurt. En ‘Tutunamayanlar’ (‘Het leven in stukken’) een hele tijd daarna, blijft het boek waar ik het eerst en het vaakst hardop om heb zitten lachen. En dat ook afgezien daarvan overdonderend was – dat zoiets kon, in het Turks!

Lees meer