Stop de dreigende sluiting van het Nederlands Instituut in Turkije – handtekeningenactie en open brief

Het Nederlands Instituut in Turkije (NIT), opgericht in 1958, wordt met sluiting bedreigd. Voor dagblad Trouw schreef ik een ingezonden hierover, die op 19 juni op de opiniepagina is geplaatst,

Wie ook zijn steun wil betuigen aan het Nederlands Instituut, kan hier een handtekening plaatsen.

‘Het Nederlands hoger onderwijs moet competente rebellen opleiden, grensoverschrijdende denkers en doeners die door creativiteit, lef en ambitie verandering teweeg brengen,’ schreef minister van OCW, Jet Bussemaker, vorige zomer in haar beleidsnotitie. Internationalisering zou daarbij cruciaal zijn. Nederlandse studenten moeten gestimuleerd worden een deel van hun studie buiten Nederland te volgen zodat ze hun blik op hun opleiding, de maatschappij en zichzelf kunnen verruimen.

De blik verruimen, prachtig. Des te spijtiger dat de minister nu bij twee wetenschappelijke instituten in het buitenland precies het tegendeel lijkt te willen bereiken. Het Nederlands Instituut in Turkije (NIT) en haar evenknie in Marokko (NIMAR) worden met opheffing bedreigd.

Bij het instituut in Istanbul, dat ik door mijn eigen werk het beste ken, worden naast het archeologische werk studentencursussen georganiseerd, er zijn stageplaatsen bij interdisciplinair onderzoek, en fellowships voor studenten met een historisch of hedendaags onderwerp. Studenten leren er de stad, de maatschappij en zichzelf kennen.

Daarmee biedt het instituut precies wat minister Bussemaker in haar notitie propageert. Desondanks wordt het kleine personeelsbestand nu al uitgedund. De vele studentencursussen die vorig jaar nog werden georganiseerd zijn noodgedwongen geannuleerd. In december dreigt volledige sluiting.

Voor ‘competente rebellen’ – zoals ze bloedstollend heten – komt door het ministerieel beleid Turkije alleen maar verder weg te liggen. Voor de wetenschappelijke uitwisseling met landen waarmee Nederland al eeuwenlang een band onderhoudt,  is sluiting funest.

Het is verleidelijk te betogen hoe essentieel het juist nu is om mensen te hebben die iets weten van Turks, Arabisch, de islam, Turkije, het Midden-Oosten en de Maghreb. Hoe in Nederland de vakgroepen Turks en Arabisch al zijn gedecimeerd. Hoe belangrijk de instituten dus zijn. Allemaal waar.

Toen ik zelf Turks studeerde ging het zelden over nut en rendement. Studenten Turks kwamen van sterrenkunde of theoretische fysica. Wat ons aantrok was dat we een taal, een land, een wereld betraden waarvan we ons geen voorstelling konden maken. Turks studeren was ook een oefening in het gebruiken van je verbeelding, het omgaan met meerduidigheid, het relativeren van alles wat eigen is.

Je zou hopen dat het precies die zaken zijn die minister Bussemaker voor ogen stonden toen ze haar notitie schreef. Je zou hopen dat Nederlandse universiteiten óók vanwege die zaken weigeren het instituut te laten verdwijnen.

Als op 22 juni, wanneer over de toekomst van het NIT wordt beslist, minister noch universiteiten iets doen, is het meer dan 50-jarige instituut in januari weg.