Een roman fleuve stond Ahmet Hamdi Tanpınar (1901-1962) voor ogen toen hij zich na zijn eerste gedichten, korte verhalen en kunstbeschouwingen in de jaren veertig waagde aan het schrijven van romans. Sereen, dat in 1948 als feuilleton in de krant Cumhuriyet verscheen en een jaar later uitkwam als boek, zou het middelste deel van een trilogie vormen, geflankeerd  door zijn debuutroman Mahur Beste (‘Lied in Mahur’, 1944) en de roman Sahnenin dışındakiler (‘Buiten het toneel’, 1950). Het was een literaire vorm die in de Turkse literatuur nog niet was uitgeprobeerd. Daarmee laat het plan zien hoezeer Tanpınar de ontwikkelingen in de westerse literatuur volgde, en hoezeer hij probeerde wat hij daar zag met de Turkse literatuur te verenigen. Het pakte anders uit: Sereen is inmiddels ingelijfd bij de Turkse canon, maar de beide andere romans van Tanpınars trilogie worden nauwelijks meer gelezen.

Een roman fleuve in de eigenlijke betekenis van het woord is Sereen daarom niet geworden. Maar de grote rol die is weggelegd voor de brede waterweg die dwars door Istanbul stroomt maakt het boek in een heel andere zin alsnog tot een ‘rivierenroman’. En omgekeerd: als er één Turkse roman is die met de Bosporus wordt geassocieerd, dan is het wel Sereen, waarin de geliefden Mümtaz en Nuran voortdurend varen, zwemmen en vissen, langs het water lopen en erover uitkijken. De Bosporus is de hele roman lang bijna altijd in de buurt. Overigens niet alleen als het decor voor een liefde die precies één Bosporusseizoen duurt. De Bosporus verplaatst zich in de geliefde, vereenzelvigt zich met de muziek die in de villa’s wordt gespeeld. De stroming, de kleuren, het licht op het water fluctueren als de gevoelens van de hoofdpersonen.

Buiten Turkije is de Bosporus tegenwoordig vooral populair als zinnebeeld voor de scheiding tussen Oost en West: twee culturen, of beschavingen, zoals Tanpınar dat pleegt te noemen, die volledig in elkaars zicht liggen, haast binnen handbereik, maar elkaar nergens raken en gescheiden zullen blijven zolang het water uit twee zeeën door de Bosporus blijft stromen.

Hoewel Tanpınar zich zijn leven lang intens met de Oost-Westproblematiek heeft beziggehouden, schildert hij in Sereen de Bosporus juist als een in zichzelf besloten eenheid: het toneel van een verfijnde cultuur – de ‘Bosporusbeschaving’ zoals zijn tijdgenoot en collega-schrijver Abdülhak Şinasi Hisar die noemde. Een cultuur waarin de Osmaanse kunstmuziek en de klassieke divanpoëzie van dichters als Bâkî en Nedim een belangrijke plaats vervullen. Een homogene cultuur ook, waarin iedereen het min of meer eens is over wat mooi is en wat niet. Een cultuur waarin traditie belangrijker is dan vernieuwing, het kunstwerk belangrijker dan de kunstenaar, bescheidenheid belangrijker dan ‘zichtbaar’ en een individu te willen zijn. En een gesloten cultuur. Niet alleen in praktische zin: van de kustwegen die tegenwoordig de vroegere Bosporusdorpen verbinden was in Tanpınars tijd nog geen sprake, en zelfs toen de veerboten halverwege de negentiende eeuw eenmaal met hun lijndiensten begonnen was het vervoer van oever naar oever nog een hele onderneming, zoals men in Sereen verzucht. De wereld van de villa’s langs het water was vooral in sociaal opzicht maar heel beperkt toegankelijk. Een universum, alles bij elkaar, dat aan zo weinig verandering onderhevig is dat de tijd lijkt stil te staan, dat zo gesloten is dat zelfs het licht afkomstig lijkt uit haar binnenste, uit het donkere gebladerte van de bomen, uit de diepte van het water. […]

 

Dit is een fragment uit het nawoord dat ik schreef bij de roman Sereen, mijn vertaling van de roman Huzur van Ahmet Hamdi Tanpınar. Sereen verscheen begin 2013 bij uitgeverij Athenaeum, Polak & Van Gennep.

Klik hier voor een fragment uit de roman, of kijk op de website van uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep.