Dat is slechts een van de reacties die we de afgelopen weken van ouders hebben gekregen. In een verhaal van Küçük Pıtırcık (‘De kleine Nicolaas’) haalt Nicolaas weer eens kattenkwaad uit. Hij pikt een sigaar van zijn vader, gaat die stiekem in een hoekje zitten roken en krijgt vervolgens een hoestbui. Hij imiteert zijn vader, zoals ieder kind dat doet. Een scène, prachtig geïllustreerd door Sempé, maar voor de moeder van het verwijt hierboven een reden haar kind nooit meer een boek van Goscinny te laten lezen.

De personages uit de anti-autoritaire kinderliteratuur van auteurs als Dahl en Lindgren roepen bij ouders en onderwijzers in Turkije meer en meer reacties op. Niet dat ik er iets op tegen heb als mensen over de scène met de sigaar willen discussiëren, maar de ouders die wij tegenkomen lijken niet erg open te staan voor discussie – vooral niet wanneer het gaat om onderwerpen waar ze hun kinderen bij uit de buurt proberen te houden. En doordat de mentaliteit en de leefcultuur in Turkije steeds meer van het Westen wegdrijven zijn er meer en meer van dat soort onderwerpen. Om tegemoet te komen aan de verwachtingen van ouders heeft een conservatieve televisiezender recentelijk nog allerlei veranderingen aangebracht in de tekenfilmserie Heidi.

Als Heidi’s opa tegen zijn kleindochter zegt dat ze niet naar het adelaarsnest moet gaan omdat dat veel te gevaarlijk is, antwoordt Heidi in de bewerking die Isao Takahata in 1974 van het boek van Johanna Spyri maakte: ‘Ik ben weg, hoor,’ en klimt vervolgens naar de bergtop. In de serie doet Heidi eigenlijk nooit wat haar opa zegt. Maar in de aangepaste versie zegt Heidi: ‘Natuurlijk, lieve opa.’ De scène waarin ze naar het nest klimt is eruit geknipt. Dat is in overeenstemming met het beeld van de vrouw die altijd gehoorzaamt aan haar vader en aan haar echtgenoot, aan mannen dus, een vrouwbeeld dat past bij het Turkije waar men pogingen in het werk stelt vrouwen ook het recht op abortus te ontnemen, waar seks buiten het huwelijk felle reacties oproept, waar op vrouwen zonder hoofddoek steeds vaker druk wordt uitgeoefend, waar meisjes van vijftien rustig worden uitgehuwelijkt aan mannen van veertig of ouder (president Gül trouwde zijn vrouw op haar vijftiende); dat beeld zelfs maar ter discussie stellen is al pervers, en in strijd met de religieuze moraal. Ik weet niet in hoeverre de aanpassingen in Heidi in overeenstemming zijn met de moraal van het auteursrecht; maar ik heb het idee dat de religieuze moraal het in dit geval, zoals zo vaak, wint van een andere.

De conservatieve tendensen, die met het beleid van de in 2001 aan de macht gekomen AKP aan kracht hebben gewonnen, duwen de Turkse lezers, en daardoor ook de Turkse auteurs, in de richting van veel cleanere, en in moreel opzicht soms didactische boeken. Dit soort druk zal beslist geweldige schrijvers voortbrengen, daar twijfel ik niet aan. In Iran en Zuid-Amerika is dat ook gebeurd. Maar het ziet er wel naar uit dat die schrijvers gedwongen zullen zijn zich te manifesteren via andere kanalen, buiten de raderen van de uitgeefindustrie om.

Dat is naar mijn mening de belangrijkste reden dat Turkse kinderboekenschrijvers weinig kans maken in het Westen. Want ik moet bekennen dat we een land als Nederland, waar kinderliteratuur, en dus ook het humanisme en de vrijheid van mening, zo elegant ter hand genomen worden, waar men het op dit moment al heeft over auteurs als Guus Kuijer en Thea Beckman, niet bijster veel kinderboekenschrijvers te bieden hebben.

Natuurlijk kan daar nog aan worden toegevoegd dat er in het Westen weinig vertalers en redacteuren voorhanden zijn die met het Turks uit de voeten kunnen, dat er maar weinig literaire agenten zijn, men kan het hebben over het ontbreken van kapitalistische uitgeefmechanismen in Turkije. Maar het is de vraag of dat een oorzaak is of een gevolg; en, anders dan de ouders over wie ik het hierboven had, de ouders die hun kinderen als kasplantjes opvoeden, ben ik graag bereid de discussie daarover aan te gaan.

Maar deze sombere ontwikkelingen geven geen volledig beeld van Turkije. Het mag op dit moment misschien niet eenvoudig lijken om over de jeugdherinneringen van een Koerdisch kind te schrijven, of over het drama van een kind dat opgroeit te midden van drugs dealende jongens; maar er zijn ook kinderboekenschrijvers die zich niets aan deze ontwikkelingen gelegen laten liggen en boeken schrijven zonder ook maar de geringste bedoeling de maatschappij een boodschap mee te geven, boeken waarin kinderen kind kunnen zijn, waarin de hoofdpersonen het recht hebben hun puberteit te beleven, boeken met een sterk humoristische inslag die in geen enkel opzicht didactisch zijn. Dat is precies de reden waarom ik zo blij ben dat Sevim Ak in Nederland wordt uitgegeven. Bovendien is zij ondanks alle ontwikkelingen die op dit moment gaande zijn de best verkochte kinderboekenschrijfster in Turkije. Als zo’n schrijver in Westerse landen gewaardeerd wordt zal dat haar positie in Turkije bestendigen, zal dat het haar makkelijker maken zich uit te drukken. Orhan Pamuk is wat dat betreft een heel goed voorbeeld. Kijkt u alstublieft goed naar Sevim Ak, laat u haar niet in de kou staan.

Voor Turken die meer en meer naar een neo-Osmaanse mentaliteit opschuiven en maar niet over het trauma van de afwijzing heen komen, mag het Westen dan misschien grotendeels aan populariteit hebben ingeboet, het heeft nog steeds allerlei kanten die bewondering oproepen en eerbied afdwingen. Op vele gebieden, zoals dat van de gelijkwaardigheid en de mensenrechten, is het Westen nog steeds een voorbeeld. En laat het Westen ook haar sigaar nog liggen, dan zal het voor Turkije nóg makkelijker een voorbeeld kunnen zijn.

 

Can Öz is eigenaar en directeur van uitgeverij Can Yayınları. Hij studeerde sociologie aan de Boston University. Hij nam de uitgeverij over van zijn in 2006 gestorven vader, Erdal Öz, die behalve als uitgever, vooral ook bekendheid genoot als schrijver. Can Yayınları is een van de grotere uitgeverij in Turkije, gespecialiseerd in Turkse en vertaalde fictie. Kinderliteratuur verschijnt onder de imprint Can Çocuk Yayınları.

Van Sevim Ak, een van de auteurs uit het fonds van Can Yayınları, verscheen onlangs Mol en de levende dingen (uitgeverij Manteau). De vertaling is van Hamide Doğan.

Deze column verscheen eerder in Schreef, nr. 3 (najaar 2012), een uitgave van het Nederlands Letterenfonds. Vertaald uit het Turks door Hanneke van der Heijden.