Eind vorig jaar verscheen na zes jaar een nieuwe roman van Orhan Pamuk, Kafamda Bir Tuhaflık. De titel (in het Nederlands: Dat vreemde in mijn hoofd) is ontleend aan een lang episch gedicht van William Wordsworth: The Prelude; or, Growth of a Poet’s Mind. Wordsworth beschrijft daarin zijn leven en zijn ontwikkeling tot dichter:  ‘strangeness in my mind, / A feeling that I was not for that hour, / Nor for that place.’

Ook Pamuks roman beschrijft een leven. Niet dat van een dichter – tenminste niet van een dichter die zijn poëzie op papier zet. Pamuks roman gaat over een straatventer, Mevlut Karataş, en over ‘de poëzie van de vreemde dingen die door zijn hoofd spelen’ wanneer hij in Taksim en andere oude wijken van Istanbul over straat loopt om yoghurt en de winterdrank boza te verkopen. Daarmee doet Mevlut enigszins denken aan Ka, de dichter die in een van Pamuks eerdere romans, Sneeuw, veelvuldig door de straten van de oostelijke stad Kars loopt terwijl hem af en toe een nieuw gedicht invalt.

Maar terwijl Ka is geboren en getogen in Istanbul en afreist naar een stad in de provincie, maakt Mevlut juist een reis andersom. In 1969, hij is dan twaalf, verhuist hij van het Anatolische dorp waar hij zijn jeugd heeft doorgebracht naar Istanbul in de hoop daar een ander bestaan op te bouwen. Het is een reis die miljoenen mensen in Turkije de afgelopen vijftig jaar hebben gemaakt.

‘Tot nu toe heb ik steeds verteld over de mensen die in Istanbul zijn geboren,’ zei Pamuk in een interview bij het verschijnen van zijn roman. ‘Toen ik geboren werd telde de stad een miljoen inwoners. Nu zijn dat er vijftien miljoen. Ik wilde die veertien miljoen beschrijven.’ Maar Pamuk haast zich te benadrukken dat zijn hoofdpersoon niet gezien moet worden als een inwisselbare representant van al die migranten in Istanbul. Pamuk: ‘In slecht geconstrueerde sociale romans zijn het meestal de middenklassen, de mensen met een goede opleiding en een culturele bagage, de rijken die een individu zijn. De anderen zijn op zijn hoogst een aandoenlijk, kleurig detail. […] Waar ik het hardst aan heb gewerkt is het tot uitdrukking brengen van de individualiteit van mijn armoedige hoofdpersoon, ik wilde hem kunnen beschrijven als iemand die ook door dat vreemde in zijn hoofd anders is dan alle anderen, ik wilde hem kunnen beschrijven als Hamlet.’

Hier is een fragment uit de roman te lezen (in het Turks; klikken op ‘Tadımlık’).

De Nederlandse vertaling komt begin 2016 uit bij De Bezige Bij, in een vertaling van Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn.