‘Counterpoint’ / ‘Contrepoint’: nieuw online tijdschrift over literair vertalen in Europa

Hoe kan het dat de Turkse taalhervormingen van honderd jaar geleden literair vertalers van nu nog altijd voor dilemma’s stellen? Hoe vertaal je een geneuried deuntje in een komedie van de Griekse dichter Aristophanes in modern Deens? Waardoor is de economische positie van literair vertalers in Europa de laatste jaren zo dramatisch verslechterd? En wat zijn de grote uitdagingen voor het vertalershuis in Amsterdam?

Deze en vele andere onderwerpen komen aan bod in een nieuw internationaal tijdschrift over literair vertalers en hun werk: Counterpoint / Contrepoint.

Het tweetalige online tijdschrift publiceert artikelen en interviews over allerlei aspecten van het vak van literair vertalers: van artistieke vraagstukken die vertalers bezighouden tot stukken over hun economische positie. Daarbij richt het tijdschrift zich niet op één land, maar geeft het een stem aan literair vertalers in heel Europa, van Turkije tot Ijsland en van Portugal tot Lithouwen.

Counterpoint / Contrepoint komt tweemaal per jaar uit. Het is gratis te downloaden: klik hier voor de Engelstalige versie en hier voor de Franstalige.

 

In memoriam voor Adalet Ağaoğlu (1929-2020) in De Groene Amsterdammer

Twee weken geleden, op 14 juli, stierf de schrijfster Adalet Ağaoğlu in haar woonplaats Istanbul. Ze laat een omvangrijk en invloedrijk oeuvre na: romans, korte verhalen, toneelstukken, hoorspelen, beschouwingen en dagboeken. Grappig genoeg zijn al deze genres al terug te vinden in haar romandebuut, Ölmeye Yatmak (1973). Vorig jaar verscheen onder de titel Gaan liggen om te sterven de Nederlandse vertaling van de roman, die inmiddels een klassieker in de Turkse literatuur is.

Petra de Bruijn en Hanneke van der Heijden schreven voor De Groene Amsterdammer een in memoriam voor deze grande dame van de moderne Turkse literatuur. Het is te lezen in aflevering 31 (29 juli 2020), klik hier.

 

Radio Doc zendt Leesdees uit over ‘Gaan liggen om te sterven’

Op zondagavond 26 april tussen 21.00 en 22.00 uur wordt in Radio Doc het programma Leesdees uitgezonden. Journaliste Irene Houthuijs interviewt Nazmiye Oral, Guido Snel en Hanneke van der Heijden over Gaan liggen om te sterven, een roman van de Turkse schrijfster Adalet Ağaoğlu. Klik hier om het programma te beluisteren.

Leesdees kan ook worden beluisterd via de website van de VPRO, klik hier.

Net verschenen: ‘Gaan liggen om te sterven’ van Adalet Ağaoğlu

Ankara, 1968. Aysel, een succesvol docente aan de universiteit, getrouwd met academicus Ömer, komt een hotelkamer binnen. Ze hoopt er te sterven. Wachtend op de dood overziet ze haar leven en het land waarin ze is opgegroeid: de jonge republiek Turkije. Kort voordat ze het hotel binnengaat, heeft ze het bed gedeeld met een van haar studenten, Engin, een jongen uit een arbeidersmilieu, actief in de beweging van 1968. De gebeurtenis confronteert Aysel met een andere sociaal-economische klasse, een andere generatie, een ander idee van vrijheid. Wat voor keuzes heeft zij in haar leven gemaakt? Hoe is het de kinderen vergaan die ooit haar klasgenoten waren? En is het in een nieuw land dat van jongeren zulke hoge verwachtingen koestert, eigenlijk wel mogelijk om je eigen keuzes te maken?

In een collage van roman, krantenberichten, brieven en dagboekaantekeningen geeft Adalet Ağaoğlu een kritisch beeld van het leven in Turkije tussen 1938 en 1968, en onderzoekt ze de dilemma’s waar mannen en vrouwen door de hervormingen voor gesteld worden.

Adalet Ağaoğlu (1929) was al bekend als schrijfster van toneelstukken en hoorspelen, toen ze in 1973 debuteerde met de roman Gaan liggen om te sterven. Het boek is nog altijd een van de meest gelezen romans in Turkije.

Na haar debuut zou Ağaoğlu nog vele romans en korte verhalen schrijven, maar ook beschouwingen, dagboeken en brieven. Ze behoort tot de productiefste schrijvers in Turkije, en tot een van de meest gelezen. Wat voor genre Ağaoğlu ook kiest, haar grote belangstelling voor maatschappelijke thema’s is, net als haar gevoel voor humor, altijd voelbaar.

Klik hier voor een kort fragment uit Gaan liggen om te sterven, vertaald en van een nawoord voorzien door Hanneke van der Heijden, verschenen bij Uitgeverij Jurgen Maas.

 

Murathan Mungan over zijn poëzie (Leiden, 30 april 2019)

Murathan Mungan

Op dinsdag 30 april is schrijver Murathan Mungan te gast bij het centrum LUCIS van de Universiteit van Leiden en boekhandel INDEX Poetry Books.

Murathan Mungan (1955) is de auteur van vele romans, poëziebundels, theaterstukken en non-fictieboeken. Tijdens de bijeenkomst in Leiden zal het accent liggen op zijn gedichten.

Uit de aankondiging:

‘Having a father from the Kurdish region of Turkey and a mother with roots in Sarajevo, Mungan was born in the multicultural city of Mardin, in Kurdish South-East Turkey. His work reflects the multilingual and multicultural diversity of this region.  Mungan calls himself a ‘polygamous’ writer because he expresses himself in poetry, plays, novels, short stories and essays. After having received his BA from the Theatre Department of the famous department Faculty of Languages, History and Geography at Ankara University, Mungan published his first collection of poems, Osmanlıya Dair Hikayat (Stories about Ottomans) in 1980. In the past decades, he has become one of the most prolific contemporary Turkish writers.’

Van Mungan verschenen eerder enige gedichten in een Nederlandse vertaling van Sytske Sötemann in de bundel Moderne Turkse poëzie. Het korte verhaal ‘Een bloedige passiemoord in Boyacıköy’, in een vertaling van Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn, is te vinden in Moderne Turkse verhalen.

Voertaal: Turks / Nederlands
Plaats: Lipsius-gebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden, zaal 003
Datum: 30 april 2019
Aanvang: 17.15 – 19.00 uur

 

Zestig jaar Nederlands Instituut Turkije / Feestelijke presentatie van ‘Standplaats Istanbul’ (Leiden, 28 november 2018)

Op 28 november 2018 viert het Nederlands Instituut in Turkije (NIT) zijn zestigjarig bestaan met een middag- en avondprogramma in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden. De dag biedt workshops, interviews, een boekpresentatie en een keynote lecture, voor iedereen die nieuwsgierig is naar Turkije, naar de culturele geschiedenis van het land, en naar de mensen die de regio – vanaf het verre verleden tot vandaag – bewonen en bewoond hebben.
In de middag is het mogelijk workshops te volgen over 4000 jaar schrift in Anatolië, over stadsontwikkeling in de Istanbulse wijken Beyoğlu en Tophane, de cultuurgeschiedenis van melk en graan, en kunt u zelf leren een astrolabe te gebruiken.

In de avond wordt het boek Standplaats Istanbul. Lange lijnen in de cultuurgeschiedenis van Turkije gepresenteerd. In de bundel, bestaande uit zesentwintig artikelen, komt een breed scala aan culturele en historische onderwerpen aan bod: van de oorsprong van de landbouw tot het cultureel erfgoed in de oude Istanbulse volkswijk Tophane, van Byzantijnse paleizen en Osmaanse sciencefiction tot Turkse televisieseries.

Het avondprogramma besluit met een lezing (in het Engels) van historicus M. Erdem Kabadayı over mobiliteit en urbanisatie in het Osmaanse Rijk en nieuwe digitale technieken om deze in kaart te brengen: Reading maps and mapping texts: geo-spatial histories of Ottoman mobility and urbanization.

Voor meer informatie over het progamma klik hier.
Deelname aan middag- en avondprogramma is gratis. Aanmelding is aan te raden – klik daarvoor hier.

Het boek Standplaats Istanbul. Lange lijnen in de cultuurgeschiedenis van Turkije verschijnt bij Uitgeverij Jurgen Maas en is vanaf 30 november in de boekhandel verkrijgbaar. Meer informatie over het boek staat hier.

 

Yusuf Atılgan en Murat Işık bij boekhandel Roelants (Nijmegen, 5 april 2018)

Op donderdagavond 5 april 2018 staat boekhandel Roelants in Nijmegen in het teken van het werk van de schrijvers Yusuf Atılgan en Murat Işık.

Yusuf Atılgan (1921 – 1989) maakte in Turkije onuitwisbare indruk met twee romans. Van Atılgans eerste roman, Aylak adam, verscheen in 2016 een Nederlandse vertaling: De lanterfanter. Eind vorig jaar volgde Hotel Moederland, de vertaling van Anayurt Oteli. Tijdens deze avond een feestelijke presentatie van Hotel Moederland en meer over het werk van Yusuf Atılgan en zijn invloed op schrijvers als Orhan Pamuk en Oğuz Atay door onder andere vertaalster Hanneke van der Heijden.

 

Murat Işık (1977) debuteerde in 2012 met de roman Verloren grond, een epische familiegeschiedenis die begint in Oost-Turkije, eind jaren zestig. Vorig jaar volgde Işıks tweede roman: Wees onzichtbaar. Een Turkse jongen in de Bijlmer weert zich samen met zijn zus en zijn moeder tegen zijn tirannieke vader. Tegelijkertijd is het gezin getuige van de veranderingen in de Bijlmer, die, bedoeld als vooruitstrevend stadsdeel, steeds meer verwordt tot een wijk met criminaliteit en raciale spanningen. Beide romans werden met een literaire prijs bekroond.

Plaats: Boekhandel Roelants (Oude mol)
Van Broeckhuysenstraat 34
6511 PJ  Nijmegen
Datum: 5 april 2018
Aanvang: 19u30
Entree: gratis
Reserveren kan met een mailtje naar roelants@roelants.nl

Klik hier voor de website van Boekhandel Roelants.

Voor een fragment uit Hotel Moederland klik hier; het nawoord bij de roman staat hier.

 

Nawoord bij ‘Hotel Moederland’ – roman van Yusuf Atılgan

Na De lanterfanter publiceerde Uitgeverij Jurgen Maas in het najaar van 2017 een tweede roman van Yusuf Atılgan. Hieronder het nawoord dat ik bij deze roman schreef. 

 

‘Waren anderen per se nodig?’ peinst Zebercet in zijn fauteuil, nadat een politiecommissaris had moeten grinniken bij het horen van zijn ongebruikelijke naam – Zebercet is Turks voor het mineraal olivijn, maar het zijn meestal meisjes die naar een edelsteen worden vernoemd. De commissaris is niet de eerste die om de klerk van Hotel Moederland lacht; de kleine, magere man is in zijn leven al vaak geplaagd en bespot. Daar zal spoedig een einde aan komen. Vlak na zijn overpeinzing sluit Zebercet zich voorgoed op in zijn hotel.

Zebercets verzuchting lijkt een echo uit De lanterfanter, de roman waarmee Yusuf Atılgan (1921-1989) veertien jaar voor Hotel Moederland debuteerde. Want ook het hoofdpersonage in Atılgans eerste roman, C. wordt hij genoemd, heeft weinig op met anderen. De twee mannen, beiden rond de dertig, beiden alleen, hebben trouwens wel meer overeenkomsten. Allebei zien ze maar één uitweg uit hun eenzaamheid: een vrouw met wie ze geestelijk dan wel lichamelijk een zo sterke nabijheid kunnen ervaren dat die de zinloosheid van hun levens tenietdoet. Beiden hebben even het idee zo’n vrouw te hebben gevonden. Maar de aard van hun verwachtingen maakt desillusie onvermijdelijk, en de levens van de beide mannen nemen vervolgens een totaal andere wending.

De romans De lanterfanter (1959) en Hotel Moederland (1973) zouden de belangrijkste werken worden in het kleine oeuvre van Yusuf Atılgan, dat verder nog een bundel korte verhalen en een kinderboek omvat, waardoor eenzaamheid en vervreemding de hoofdthema’s van zijn oeuvre vormen. Een derde roman bleef onvoltooid.

Maar hoezeer Atılgans twee, in Turkije beroemd geworden, personages in hun werdegang ook op elkaar lijken, in andere opzichten zijn ze elkaars tegenpolen. Het lijkt wel of Atılgan de thema’s eenzaamheid en vervreemding vanuit twee volledig tegengestelde situaties heeft benaderd. Lanterfanter C. is een bohemien, die zich voornamelijk in intellectuele en artistieke kringen begeeft. Hij weigert een baan te nemen, eigenlijk verzet hij zich tegen iedere maatschappelijke verwachting. Als zoon uit een welgestelde familie hoeft hij zich over geld geen zorgen te maken. Een groot deel van zijn tijd brengt hij buiten door, slenterend op straat, waar hij in de stroom van passanten zijn ware liefde hoopt te vinden, ondertussen zijn medemensen gadeslaat, en vol zelfvertrouwen hun gewoontes en hun stereotiepe gedrag becommentarieert. Want C. kijkt neer op wie zich wel iets gelegen laat liggen aan conventies, routines en patronen – en dat is in feite iedereen. Lees verder…

Personages die ‘Deugd’, ‘Vrij’ of ‘Revolutie’ heten – eigennamen in vertalingen

Naar aanleiding van het verschijnen van De vrouw met het rode haar, mijn vertaling van de nieuwe roman van Orhan Pamuk, vroeg tijdschrift Onze Taal me een kort stukje te schrijven over een vertaalprobleem en een -oplossing. Onderstaande bijdrage verscheen in het nummer van oktober 2017.

 

Probleem

Als er één ding is waaraan een vertaler niets hoeft te doen, zijn het wel eigennamen, zou je denken. Die kan hij simpelweg overtypen uit het origineel, of dat nu in het Engels, Duits of Swahili geschreven is. Emma Bovary heet Emma Bovary, of ze nu Frans spreekt of Nederlands, en Frits van Egters is ook in The Evenings gewoon Frits van Egters. Maar wat nu als in de brontaal haast iedere naam een zichtbare betekenis heeft, zoals in het Turks? Turken heten rustig ‘Deugd’, ‘Vrij’ of ‘Revolutie’. En waarom zou een romanschrijver de namen van zijn personages niet met een reden kiezen? Vertalen dan maar? Maar in dat geval is een tekst voor je het weet een Elckerlijc-achtige allegorie. Over het algemeen valt er voor de vertaler weinig meer te doen dan zuchten.

Oplossing

In één geval is er wel een oplossing: bij de namen van restaurants, bioscopen en kranten wekt de vertaling meestal geen bevreemding. In De vrouw met het rode haar (2017) van Orhan Pamuk, waar hoofdpersoon Cem steeds de nabijheid van het uitspansel voelt en zijn ontmoeting met de theateractrice Gülcihan in de sterren lijkt geschreven, heet de fictieve lunchroom daarom niet Yıldız, zoals in het Turkse origineel, maar De Ster (de Nederlandse betekenis van Yıldız), de openluchtbioscoop niet Güneş maar De Zon. En als er in een krant gebladerd wordt, is dat niet Hürriyet maar De vrijheid, niet Günaydın maar Goedemorgen – ook die namen zijn vertaald, al liggen die kranten bij iedere echte kiosk en blijven in zakelijke vertalingen hun namen altijd Turks. Want waarom zou de literair vertaler bepalen wat feit is en wat fictie als de auteur die twee juist graag vermengt?