En nu het Turks – interview door Roger Abrahams over de vertaling ‘De vrouw met het rode haar’

Journalist Roger Abrahams houdt van taal (en van geschiedenis). Op zijn website schrijft hij regelmatig over allerlei ‘niet-Nederlandse’ talen. Aramees bijvoorbeeld. Sinds dit jaar heeft hij ook een speciale rubriek ‘De vertalers’, een serie interviews waarin een vertaler iets vertelt over zijn of haar recente romanvertaling. Uitgangspunt voor het gesprek is een fragment uit de roman, in het Nederlands en in de brontaal, hoe onbekend die taal voor Nederlandstaligen ook mag zijn. Het intrigerende is dat ook als je een taal niet kent, je enkel door goed te kijken naar regelmatigheden in een fragment, toch allerlei structurele kenmerken kunt afleiden (en vragen kunt formuleren over de onbegrijpelijke rest).

Ook De vrouw met het rode haar, de Nederlandse vertaling van Orhan Pamuks Kırmızı Saçlı Kadın, is onder het mes gelegd. Voor wie een fragmentje uit het Turkse origineel wil zien, en meer wil horen over de roman en de Nederlandse vertaling: het interview staat hier.

 

Net verschenen: ‘De vrouw met het rode haar’ van Orhan Pamuk

´Hoe meer ik aan de gebeurtenissen terugdenk, hoe meer ik in ze doordring. Daardoor voel ik dat u in mijn kielzog ook zult worden meegesleurd in de geheimen van wat het betekent vader en zoon te zijn.´

Dat schrijft Orhan Pamuk op de eerste pagina van zijn nieuwe roman, De vrouw met het rode haar, die draait om de relatie tussen vader en zonen. En om de kracht van verhalen en legendes.

Cem, een zestienjarige scholier uit Istanbul, is aanvankelijk vooral een zoon. Zijn vader heeft heeft het gezin verlaten. Cem moet zelf het geld voor zijn studie verdienen en helpt bij wijze van vakantiebaantje in de jaren tachtig een zomer lang een puttengraver die de opdracht heeft water aan te boren op een droge vlakte in de buurt van de stad.

Overdag is het tweetal in de brandende zon in de weer met schop en pikhouweel, en met zware emmers zand die omhoog getakeld moeten worden, ‘s avonds vertelt puttengraver Mahmut zijn leerling allerlei verhalen.

Dat Cem ondanks allerlei tegenslagen het gezwoeg volhoudt, komt niet alleen door zijn band met de puttengraver, in wie hij meer en meer een vader ziet, maar dan eentje die het vaderschap heel anders opvat dan zijn eigen vader deed. Na een tijdje is het ook Cems fascinatie voor een vrouw met rood haar die hij in het naburige stadje tegen het lijf is gelopen, die hem aan de dorre vlakte en de put bindt.

Dat in deze roman over vaders en zonen, en over de kracht van mythische verhalen, Oedipus van Sophocles een grote rol speelt zal geen verbazing wekken. Maar er is nog een tweede beroemde vader-en-zoon-legende, een uit de Iraanse verteltraditie. In dat verhaal van de dichter Firdawsi komen de vader en de zoon op een heel andere manier tegenover elkaar te staan dan in Oedipus het geval is. Wat voor zoon is Cem eigenlijk? Wat voor vader zou hij zijn? En wat voor vaders zijn al die andere vaderfiguren in een land waar ‘iedereen een heleboel vaders’ heeft, zoals de vrouw met het rode haar zegt: ‘Vadertje Staat, God de vader, vaderlijke generaals, godfathers… Hier kan niemand zonder vader.’

Klik hier voor een kort fragment uit De vrouw met het rode haar, vertaald door Hanneke van der Heijden, uitgegeven door De Bezige Bij.

 

Turkse dichter Zeynep Köylü woont 15-jarig bestaan van PEN-schrijversflat bij (Antwerpen, 17 november 2017)

Op 17 november viert PEN Vlaanderen het vijftienjarige bestaan van haar schrijversflat. De flat in Antwerpen staat open voor schrijvers uit het buitenland die een tijd in rust willen werken. Sinds vijf jaar vangt de PEN-Schrijversflat in samenwerking met het vluchtstedennetwerk ICORN (International Cities of Refuge Network) jaarlijks ook een auteur-op-de-vlucht op.

Het vijftienjarig jubileum wordt gevierd met een programma waaraan schrijvers uit verschillende landen meedoen: Rodaan Al-Galidi (Irak, Nederland), Maria Ulyanova (Rusland), Jelica Novaković (Servië) en Tade Ipadeola (Nigeria). Uit Turkije komt dichter Zeynep Köylü.

Voor meer informatie over het programma en inschrijving, klik hier.

Voor een interview met Zeynep Köylü onder andere over hoe haar verblijf in Antwerpen haar werk heeft beïnvloed, klik hier.

Voor haar gedicht een halve kilometer tot de oneindigheid, klik hier.

 

Literaire wandeling in Istanbul (6 mei 2017)

Veel auteurs uit Turkije zijn opgegroeid in Istanbul, of op latere leeftijd naar die stad verhuisd. En in veel van hun verhalen, romans en gedichten duikt de stad op als decor of personage.

Op 6 mei 2017 organiseer ik in samenwerking met het Nederlands Instituut in Turkije (NIT) een literaire wandeling door Istanbul voor iedereen die al lopend meer wil horen over literatuur uit Turkije. Wandelend langs plaatsen die een belangrijke rol spelen in hun werk, vertel ik over de boeken van schrijvers als Orhan Pamuk, Ahmet Hamdi Tanpınar, Yusuf Atılgan, Oğuz Atay en Sait Faik Abasıyanık. Maar ook over de Turkse boekenwereld: wat voor uitgeverijen zijn er? Wat voor boeken worden er vertaald? Wat lezen lezers in Turkije eigenlijk?

Afhankelijk van de deelnemers is de voertaal tijdens de wandeling Nederlands of Engels.

Opgeven voor de wandeling kan door een emailtje te sturen aan de assistente van het NIT: g.gurmen@nit-istanbul.org

 

 

Hoe vertaalden we de roman ‘Dat vreemde in mijn hoofd’ van Orhan Pamuk? (Vertalersgeluktournee, 5 april 2017, Haarlem; 19 april 2017; Utrecht)

In april en mei trekt de Vertalersgeluktournee door Nederland. Welke keuzes maakt een vertaler? Voor welke dilemma’s komt zij (of hij) te staan? En wat maakt het vertalersvak zo mooi?

In een aantal boekhandels verspreid door Nederland spreken vertalers over hun vak en over het boek dat ze recentelijk vertaalden. De boeken die aan de orde komen zijn alle genomineerd voor de Europese Literatuurprijs 2017.

De roman Dat vreemde in mijn hoofd van de auteur Orhan Pamuk is een van de genomineerden voor deze prijs. Op 5 april en 19 april vertellen vertaalsters Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn iets over de vertaling van deze roman.

Het programma van deze twee avonden is als volgt: Lees verder…

Lezing over wandelaars in de Turkse literatuur (Istanbul, 21 april 2017)

Wandelen, slenteren, verdwalen in de straten: lopen en Istanbul horen bij elkaar. Ook in de literatuur. Sommige personages uit de bekendste Turkse romans en korte verhalen brengen hun tijd vooral door met lopen door de Istanbulse straten: Galip bijvoorbeeld in Het zwarte boek van Orhan Pamuk, C. uit De lanterfanter van Yusuf Atılgan en Mümtaz in de roman Sereen van Ahmet Hamdi Tanpınar.

Wat zien ze, waar denken ze aan op hun tochten door de stad? En waarom laten hun auteurs hen vooral lopen? Op 21 april geef ik een lezing op het Nederlands Instituut in Turkije over wandelaars in Turkije.

Plaats: Nederlands Instituut in Turkije, Istanbul
Tijd: 18u30

Yusuf Atılgan in Arnhem (donderdag 29 september 2016)

De roman De lanterfanter van Yusuf Atılgan was een van de vijf boeken die deze zomer favoriet waren bij boekhandel Hijman / Ongerijmd in Arnhem.

Op donderdag 29 september organiseert de boekhandel daarom een avond over De lanterfanter. Ik vertel over Yusuf Atılgan, over lopen in het Istanbul van de jaren vijftig, en over de grote invloed van Atılgan op het werk van Orhan Pamuk en Oğuz Atay.

Voor meer informatie over de avond, klik hier.

Hiernaast een foto van de etalage die boekhandel Hijman/Ongerijmd voor De lanterfanter inrichtte. De etalage is ontworpen door Marije Sietsma van Arnhemse uitgeverij Loopvis.

Plaats:            Boekhandel Hijman / Ongerijmd, Grote Oord 15, Arnhem
Datum:           29 september 2016
Aanvang:       20u

 

Nawoord bij ‘De lanterfanter’ – roman van Yusuf Atılgan

Gisteren is bij Uitgeverij Jurgen Maas De lanterfanter verschenen. Voor iedereen die niet bij de presentatie kon zijn of meer wil weten over Yusuf Atılgan en zijn roman, hieronder het nawoord dat ik bij De lanterfanter schreef.

Tekst: Hanneke van der Heijden.

De romankunst wordt door bijvoorbeeld Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk opgevat als de kunst om je in een ander te verplaatsen: om je eigen leven te beschrijven als was het dat van een ander, het leven van een ander als dat van jezelf. Dat is een optimistische opvatting, want ze gaat uit van de vooronderstelling dat begrip van de ander, van zijn leven, zijn gedachten en drijfveren, daadwerkelijk mogelijk is.

Zo’n omschrijving laat goed zien hoe ongewoon het is wat Yusuf Atılgan (1921-1989) in zijn debuut ondernam, want als schepper van C. verplaatst Atılgan zich paradoxaal genoeg in een personage dat zich juist niet in anderen wil of kan verplaatsen, in een man die ervan overtuigd is dat het onmogelijk is je in die mate in een ander in te leven. ‘Ze zouden het toch niet begrijpen,’ zegt C. Het is de allerlaatste zin van de roman, C. doet er verder het zwijgen toe.

Het vraagstuk hoe zich tot ‘de ander’ te verhouden is wat C. op zijn lange wandeltochten het meest bezighoudt. En de stad biedt vele gelegenheden voor confrontaties met ‘de ander’. Zich bewegend tussen de drommen mensen op straat, zijn stappen steeds weer herhalend, beziet C. het moderne stadsleven, ondergaat de werking van de anonieme massa’s, wordt gedwongen in het sociale gewoel zijn plaats als individu te bepalen.

De stad waar Atılgans hoofdpersoon doorheen loopt krijgt net als hijzelf geen naam. Maar de wijken wel, en de routes van C. zijn zo realistisch beschreven dat je ze haast kunt na lopen. Het is dan ook niet moeilijk te achterhalen dat De lanterfanter gesitueerd is in het Istanbul van de jaren vijftig. Met zo’n miljoen inwoners was de stad weliswaar vele malen kleiner dan nu, de massale migratie van het Turkse platteland was nog maar net op gang gekomen, maar ook toen al was Istanbul de grootste stad van het land. Lees verder…

Presentatie van ‘De lanterfanter’ – Nederlandse vertaling van roman van Yusuf Atılgan (19 mei, Amsterdam)

Op 19 mei verschijnt De lanterfanter, de Nederlandse vertaling van de roman Aylak Adam.

‘De lanterfanter’ is het debuut van de Turkse schrijver Yusuf Atilgan. Het verscheen in 1959. En het was een heel ongewoon debuut: C., de hoofdpersoon, is een van de eerste tegendraadse figuren in de Turkse literatuur.

C. verzet zich tegen de dagelijkse verplichtingen die het leven van de anderen kenmerken. Hij leeft van een erfenis en verlummelt zijn dagen in de kroegen, trams en straten van Istanbul, op zoek naar het enige dat zijn leven zin kan geven: de ware liefde, die ene onvindbare vrouw. Niets anders geeft hem voldoening, noch de kortstondige romantiek, noch de kunst. Relaties met de mensen om hem heen, die hij grotendeels verafschuwt, doen dat al helemaal niet. Maar kan een mens zonder anderen? En hoe anders is hijzelf?

Tijdens een feestelijke presentatie stellen uitgever Jurgen Maas en vertaler Hanneke van der Heijden het boek voor.
Muzikanten van Het Levantijns Orkest spelen muziek uit de wereld van De lanterfanter: het Istanbul van de jaren vijftig.

Plaats: Podium Mozaiek, Amsterdam
Datum: donderdag 19 mei 2016
Aanvang: vanaf 20u

Toegang is vrij.

Voor een fragment uit de roman, klik hier.

 

Net verschenen: ‘Dat vreemde in mijn hoofd’ van Orhan Pamuk

Zes jaar na het Het museum van de onschuld is er een nieuwe roman van Orhan Pamuk in het Nederlands verschenen: Dat vreemde in mijn hoofd. Het boek beschrijft ‘het leven, de avonturen en dromen’ van Mevlut Karataş, een optimistisch ingestelde jongen die in de jaren zestig van een dorp in de buurt van Konya verhuist naar Istanbul om daar met zijn vader als venter geld te verdienen.

Dromen heeft de jonge Mevlut twee: een meisje en een eigen zaak. Een meisje naar zijn hart vindt hij als een van zijn neven trouwt. Hij vangt haar blik temidden van de bruiloftsgasten. Drie jaar lang schrijft Mevlut haar brieven, dan besluit hij haar te schaken. Maar als hij na een tocht door de bergen bij een bliksemflits haar gezicht ziet, dringt de vraag zich op: gaat het in het leven om wat je zelf graag wilt, of om wat het lot voor je in petto heeft?

Mevluts dromen over een eigen zaak komen uit als hij na vele jaren venten met yoghurt, met boza, een dikvloeibare gierstdrank, met krasloten, gebakken rijst met kikkererwten en allerlei andere zaken, een zaakje met zijn boezemvriend opent. Mevlut kan zich bedrijfsleider noemen. Maar ook dan blijft het lopen door de donkere straten van Istanbul lokken.

Een straatventer is natuurlijk bij uitstek iemand die getuige is van het dagelijks leven in een stad, van de veranderingen die zich binnenshuis en op straat afspelen. En in Istanbul verandert nu eenmaal voortdurend van alles. Dat vreemde in mijn hoofd is dan ook niet alleen een familiegeschiedenis waarin Mevlut en zijn gezin centraal staan. De roman geeft tegelijkertijd ‘een beeld van Istanbul tussen 1969 en 2012 gezien door de ogen van tal van personen’, zoals het in de tweede helft van de ondertitel heet. Lees verder…